Brief aan minister M.C.F. Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie dd 8-4-2004

 

Voor vervolg zie brief 11-11-2004

 

OPEN BRIEF

 

Betreft: Echte oplossing van het integratieprobleem.

 

Geachte mevrouw Verdonk,

 

De voorstellen die tot op heden zijn gelanceerd voor de oplossing van het integratieprobleem lossen dit probleem niet echt op. Ik leg u dat graag uit aan de hand van het volgende.

 

De essentie van integratie is eenheid in verscheidenheid. De verscheidenheid daarvan bestaat uit de verschillende en constant wisselende vormen waarin de mens zich manifesteert. En de eenheid bestaat uit de staat-van-zijn, de permanente ervaring, van één zijn met het geheel. Die staat, die wordt aangeduid als het ZIJN, is vrij c.q. onthecht van vormen en is daarom de staat van volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid.

 

Tot op heden heeft de mens het ZIJN nog niet gerealiseerd. Onder andere omdat hij niet op de hoogte is gesteld van zijnsontwikkeling als zijnde dé methode daartoe. Deze lacune is dan ook de reden waarom het integratieprobleem bestaat en waarom alle voorstellen voor de oplossing van dit probleem zich richten op (geestelijke en fysieke) vormen. Dus op gedrag, kleding, architectuur, taal, normen, waarden, wetten, e.d. Vormen zijn echter beperkt en dualistisch en dus niet meer dan uitingen van de verscheidenheid. Dat betekent dat ze zonder zijnsontwikkeling nooit tot eenheid en dus nooit tot integratie kunnen leiden en zelfs contraproductief zijn.

 

Gegeven het feit dat deze contraproductiviteit gedurende de hele geschiedenis en tot op heden werkzaam is geweest en nu zijn grens bereikt, is het van belang dat de samenleving op de hoogte wordt gesteld van zijnsontwikkeling. Niet alleen voor de oplossing van het integratieprobleem, maar ook voor de oplossing van problemen in het algemeen.

 

Om daar een begin mee te maken, stel ik voor u vrijblijvend nader op de hoogte te stellen van zijnsontwikkeling aan de hand van de bijgevoegde brochure en de website www.nlbe.nl. En een besluit te nemen over het al dan niet introduceren van zijnsontwikkeling.

 

Tenzij u mij eerder bericht, zal ik u over twee weken bellen om te vernemen of u mijn voorstel accepteert.

 

Hoogachtend,

C.E. Bijl

Zie onder voor vervolg.

 

 

Brief van minister M.C.F. Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie dd 14-3-2005

 

Geachte heer Bijl,

 

Uw brieven van 8 april 2004 en 8 juni 2004, waarin u een oplossing van het integratieprobleem aanbiedt, heb ik in goede orde ontvangen. Naar aanleiding hiervan deel ik u het volgende mee.

 

Vanwege de drukke werkzaamheden is het niet mogelijk geweest eerder op uw brieven te reageren. Voor dit ongemak bied ik u mijn verontschuldigingen aan.

 

In uw brochure legt u uit dat de mens een gevangene is van {negatieve) gedachten, gevoelens en tegenstellingen, waardoor hij met zichzelf in oorlog is. Dat is volgens u de wezenlijke oorzaak van de problemen in de samenleving. Op basis van uw eigen ervaringen heeft u een opleiding ontwikkeld waarin men kan Ieren om zich los te maken van geestelijke en fysieke vormen, zoals normen en waarden, gedrag, kleding, etcetera. U verzoekt in uw brief om bekendheid te geven aan de door u ontwikkelde opleiding "Professional of being (Pbe)".

 

Ik waardeer het zeer wanneer burgers van Nederland zich verantwoordelijk voelen voor de samenleving en daar het hunne aan willen bijdragen in de vorm van meewerken aan oplossingen en initiatieven voor maatschappelijke vraagstukken, zoals dat van u. Alhoewel uw initiatief mijn sympathie heeft, kan ik niet aan uw verzoek voldoen.

 

Ik ben het met u eens dat in de komende jaren er in de samenleving een cultuuromslag zal moeten plaatsvinden; burgers en maatschappelijke organisaties moeten beseffen dat zij zelf (mede- ) verantwoordelijk zijn aan de oplossingen van problemen in de maatschappij. Echter om die verantwoordelijkheid aan te kunnen en aan te gaan, zal men juist -naar mijn mening- eerst het zelfbewustzijn moeten ontwikkelen door te leren omgang met geestelijke en fysieke vormen (waarden en normen, gedrag, taal, e.d.). Dit kan alleen indien er een open dialoog is over alle taboes en ideeën over ongelijkwaardigheid ten opzichte van elkaar. De recente gebeurtenissen rond de moord op Theo van Gogh hebben het integratieproces onder druk gezet; het geeft aan hoe moeilijk het is de ontstane maatschappelijke onrust en vaak gespannen onderlinge relaties tussen moslims- en migrantenorganisaties wordt geïntensiveerd en over en weer meer begrip ontstaat. Ook een open debat tussen allochtone en autochtone gemeenschappen om tot meer toenadering en acceptatie te komen is nodig. Ik ben er van overtuigd dat door open dialoog de kloof tussen allochtonen en autochtonen verkleind wordt en de Nederlandse samenleving meer open zal staan voor uw ideeën.

 

Ik vertouw er op u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.

 

Met vriendelijke groet,

 

de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie,

 

M.C.F. Verdonk

Zie onder voor vervolg

 

 

Brief aan minister M.C.F. Verdonk van Vreemdelingenzaken en Integratie dd 16-3-2005

 

Betreft: Echte oplossing van het integratieprobleem.

Geachte mevrouw Verdonk,

Met veel waardering heb ik kennis genomen van uw inhoudelijke reactie op mijn brieven en brochures. Ik hoop eruit af te kunnen leiden dat u open staat voor verdere discussie.

In deze discussie wil ik u allereerst aanreiken dat uw brief mij de indruk geeft dat u nog geheel vertrouwt op de sinds mensenheugenis toegepaste grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die bestaat uit het idee dat het leven en dus ook de mens als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is. U vindt immers dat mensen van alles moeten om de problemen op te lossen. Ze moeten verantwoordelijk zijn. Ze moeten normen en waarden hanteren. Ze moeten de taal leren. Ze moeten met elkaar in dialoog. Ze moeten elkaar begrijpen en respecteren. Enz. enz. Wat ze echter niet van u moeten of beter gezegd niet aangereikt krijgen – en juist dat geeft mij de indruk dat u nog geheel vertrouwt op voornoemde grondslag - is de ontwikkeling van de éénwording met hun Ware Zelf oftewel van hun ZIJN. Iets wat van groot belang is omdat ze daarmee hun innerlijke vrijheid, hun integriteit, hun zelfrespect, hun vrijwillige verantwoordelijk-heid, hun ware identiteit, hun ervaring van eenheid met alles c.q. respect voor alles, de Waarheid van hun Ware Zelf, hun Wijsheid verwezenlijken en daardoor zonder zelfdestructieve zelfverloochening kunnen voldoen aan wat onder andere door u van hen gevraagd wordt.

Als gevolg van de dominantie van het maakbaarheididee heeft de ontwikkeling van het ZIJN tot op heden niet of nauwelijks plaatsgevonden. Deze situatie blijkt echter onhoudbaar omdat dit idee tot zelfmiskenning oftewel tot zelfdestructieve zelfverloochening (oorlog met jezelf) leidt en dus intrinsiek contraproductief is. Vandaar dat eens en blijkbaar in deze tijd de grens van dit idee wordt bereikt. Deze grens heeft tot gevolg dat mensen zich losmaken van en ronduit obstructie plegen tegen alles wat ze moeten (dogma's) en daardoor zichzelf willen zijn en via de vragen "wie ben ik" en "wat is de zin van het bestaan" op zoek zijn naar hun Ware Zelf c.q. hun ZIJN.

Dit betekent dat de ontwikkeling van het ZIJN onmisbaar en zelfs van cruciaal belang is voor de echte oplossing van alle problemen en dus ook van het integratieprobleem. Dit betekent niet dat uw beleid onjuist is, maar wel dat het een cruciaal element mist en daardoor – gezien voornoemde grens - gevaarlijk onvolledig is.


De ervaring leert dat een schriftelijke discussie zich onvoldoende leent om duidelijk te maken wat zijnsontwikkeling is en wat het belang ervan is. Daarom stel ik voor deze discussie ook mondeling voort te zetten.

Ik verneem graag uw reactie.

Met vriendelijke groet,

Cor Bijl
directeur
 

 

Brief aan minister Donner van Justitie d.d. 10-5-2004

 

OPEN BRIEF

 

Betreft: De echte oplossing van de onveiligheid.

 

Geachte heer Donner,

 

De reële en de gevoelsmatige onveiligheid neemt drastisch toe in de wereld. Vele oorzaken worden daaraan toegeschreven. Maar de echte oorzaak is tot op heden niet herkend. Die oorzaak betreft het feit dat de gedurende de hele geschiedenis en tot op heden door de mens gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing, die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is, contraproductief is en in deze tijd zijn grens bereikt.

 

Dit betekent dat de echte oplossing van de onveiligheid bestaat uit de toepassing van een nieuwe grondslag die het tegenovergestelde van het maakbaarheididee oftewel de ontwikkeling van het ZIJN inhoudt.

 

Hoewel deze nieuwe grondslag zich al ruimschoots via het meer centraal stellen van de mens in de samenleving aandient, wordt deze nog niet herkend laat staan toegepast. Dit met als gevolg dat de problemen toenemen en alle instituties tot oplossingen worden gedwongen die op gespannen voet staan met de eigen op beschaving gebaseerde beginselen. Een dwang waar ook Justitie aan onderhevig is.

 

Op grond hiervan kan worden gesteld dat de toepassing van de nieuwe grondslag van cruciaal belang is. Zowel voor Justitie als voor de samenleving als geheel.

 

Om deze reden bied ik u aan Justitie te informeren over de nieuwe grondslag en, indien gewenst, te begeleiden bij het toepassen ervan.

 

Ter vergemakkelijking van uw beslissing bied ik u een vrijblijvend gesprek aan waarin ik u aan de hand van de bijgesloten brochure en de website www.nlbe.nl nader zal informeren.

 

Tenzij u mij eerder bericht, zal ik u over twee weken bellen om te vernemen of u mijn aanbod aanneemt.

 

Hoogachtend,  

C.E. Bijl

 

Brief van minister Donner van Justitie, namens deze dhr. P.J. Ierschot.

 

Geachte heer Bijl,

 

Op 12 mei jl. ontving ik uw brief met als onderwerp de echte oplossing van de onveiligheid.

Met veel interesse heb ik kennis genomen van uw standpunten.

Ik heb op dit moment geen behoefte aan een nader gesprek.

 

Ik verwacht u zo voldoende te hebben geïnformeerd.

 

Met vriendelijke groet,

De Minister van Justitie,

namens deze,

de directeur Personeel & Organisatie

P.J. Ierschot RA

 

E-mail aan mevrouw Berendes, secretaresse van dhr. Ierschot dd. 18-5-04.

 

Geachte mevrouw Berendes,

 

Hartelijk dank voor uw brief.

 

In mijn brief plus brochure heb ik u aangegeven dat zijnsontwikkeling de nieuwe grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing is die problemen echt oplost. Verder heb ik u aangegeven dat de tot op heden gehanteerde grondslag intrinsiek contraproductief is en dat momenteel de grens van deze contraproductiviteit wordt bereikt.

 

Dit lijken mij zwaarwichtige redenen voor de samenleving als geheel en dus ook voor Justitie om in ieder geval iets met deze nieuwe grondslag te doen.

 

Uw brief geeft mij de indruk dat u er niets mee wilt doen.

Dit brengt mij ertoe uw aandacht te vragen voor het volgende.

 

Het is mijn intentie om de samenleving via o.a. mijn website op de hoogte te stellen van de bereidheid van met name haar bestuurders om de problemen echt op te lossen en bij weigering de reden daarvan te vermelden. Op grond hiervan verzoek ik u mij mede aan de hand van het onderstaande de reden van uw beslissing te geven.

 

Bent u het niet eens met mijn standpunten? Zo ja, waarom niet?

Is het niet het goede moment om er iets mee te doen? Zo ja, wanneer dan wel?

Of is er een andere reden?

 

Verder verneem ik graag van u waarom de directie Personeel & Organisatie mijn brief in behandeling heeft genomen. Of is dit de directie die zich specifiek met het vraagstuk van de onveiligheid van de samenleving bezig houdt?

 

Bij voorbaat hartelijk dank voor uw moeite.

 

Met vriendelijke groet,

 

NLbe

Cor Bijl

 

Brief van minister Donner van Justitie / dhr. P.J. Ierschot (directeur P&O) dd. 10-6-2004.

 

Geachte heer Bijl,

 

Naar aanleiding van uw mail kan ik u het volgende melden.

De reden dat mijn directie zich met uw brief bezighoudt is gelegen in het feit dat de brief van NLbe aspecten van ontwikkeling behandelt die een sterke samenhang vertonen met het fenomeen organisatieontwikkeling. Deze functionaliteit is specifiek opgehangen aan mijn directie.

 

Voorts is uw indruk als zouden wij niets met uw brief willen doen, onjuist. De afdeling Organisatieontwikkeling oriënteert zich op oplossingsrichtingen waar het uitdagingen van de Justitie organisatie betreft. Uw zienswijze kan daar zeker aan bijdragen.

 

Of zij echter één op één worden meegenomen zou ik willen betwijfelen. Er zijn immers meerdere alternatieven denkbaar voor de oplossing van de door u gesignaleerde problemen.

 

De charme van uw voorstellen is mijns inziens gelegen in het onorthodoxe karakter ervan.

 

Het gedachtengoed van uw instituut zal zeker een plaats vinden in de gedachtenvorming over de door u genoemde onderwerpen.

 

Met vriendelijke groet,

P.J. Ierschot

 

Brief aan minister Donner van Justitie t.a.v. dhr. P.J. Ierschot (directeur P&O) dd. 10-6-2004.

 

Open brief

 

Geachte heer Ierschot,

In uw brief stelt u dat er meerdere oplossingen zijn voor de door mij gesignaleerde problemen.

Die stelling acht ik onjuist.

De reden daarvan is dat er maar één weg is naar volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid oftewel naar volmaakt zijn en dus naar de echte oplossing van problemen en dat is de ontwikkeling van het ZIJN.

Alle andere wegen/methoden zijn gebaseerd op maakbaarheid en dus intrinsiek contraproductief. M.a.w. ze leiden niet naar de echte oplossing van problemen. Dat betekent niet dat deze wegen overbodig zijn. Maar het betekent wel dat ze niet zonder zijnsontwikkeling kunnen.

U noemt zijnsontwikkeling onorthodox. Dat is het zeker. Maar het kan met geen enkele andere onorthodoxe methode worden vergeleken en dus niet op de grote hoop van "onorthodoxe methoden" worden gegooid en als zodanig worden bejegend. De reden daarvan is dat zijnsontwikkeling wezenlijk verschilt van alle gedurende de hele geschiedenis en tot op heden gehanteerde methoden en dus ook van alle onorthodoxe methoden omdat het niet op maakbaarheid is gebaseerd. Kortom, het is een historisch nieuwe "methode".

Zoals ik in mijn brief en brochure heb aangegeven, wordt in deze tijd het einde bereikt van het intrinsiek contraproductieve maakbaarheididee als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing (zie basisfilosofie). Dit betekent dat het van cruciaal belang is om dit idee te vervangen door het tegenovergestelde ervan oftewel door zijnsontwikkeling.

Hiermee is gezegd dat wanneer u geen begin maakt met zijnsontwikkeling u de samenleving het meest wezenlijke onthoudt wat er is en waar in wezen al haar streven op gericht is en aldus een historische vergissing begaat. Een vergissing die niet alleen desastreus is voor Justitie, maar voor alle terreinen van de samenleving.

Ik stel voor een diepgaand gesprek met u te hebben over zijnsontwikkeling want het lijkt erop dat schriftelijke communicatie tekort schiet.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl
 

 

Brief aan minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d.15-6-2004

 

Betreft: Oproep tot echte probleemoplossing.

Geachte heer Veerman,

 

De problemen van de samenleving vragen om een oplossing die wezenlijk verschilt van alle tot op heden gehanteerde oplossingsmethoden. Oftewel een oplossing die problemen echt oplost.

Die oplossing is mogelijk en ligt besloten in het feit dat de gedurende de hele geschiedenis en tot op heden gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing, die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is, de grens van zijn intrinsieke contraproductiviteit bereikt en dus vervangen moet worden door een tegenovergestelde grondslag. Die grondslag betreft de ontwikkeling van het ZIJN: de directe weg naar volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid.

Hoewel alle ontwikkelingen van de samenleving in de richting van die oplossing wijzen en velen er op grond van persoonlijke en/of professionele motieven naarstig naar op zoek zijn, wordt deze niet herkend laat staan toegepast. Dit met als gevolg dat de problemen toenemen en onhoudbaar worden.

In de bijgesloten brochure wordt het voorgaande onderbouwd.

Teneinde deze oplossing zo snel mogelijk toe te passen, roep ik alle instituties in Nederland en dus ook uw ministerie op om kennis te nemen van de nieuwe grondslag en de toepassing ervan te bevorderen.
 

De oplossing zal u zeker aanspreken omdat deze volmaakt consistent en coherent is en het ZIJN iedere twijfel over duurzaamheid oftewel over verantwoorde landbouw, natuurbeheer en visserij uitsluit.

 

Ter vergemakkelijking van uw beslissing bied ik u een vrijblijvend gesprek aan waarin ik u mede aan de hand van de bijgesloten brochure en de website www.nlbe.nl nader zal informeren.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

Brief van minister Veerman van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit d.d. 17-06-2004.

 

Geachte heer Bijl,

 

Hartelijk dank voor de toezending van uw brochure.

Ik heb de inhoud ervan met Minister Veerman besproken. Hij voelt zich in zijn functioneren geestelijk voldoende toegerust en geïnspireerd en heeft geen behoefte aan een gesprek.

 

Ik wens u succes met uw instituut.

 

Met vriendelijke groet,

 

Drs. C.J. Kalden

Secretaris-Generaal

 

Brief aan dhr Kalden, secretaris-generaal ministerie van Landbouw, N en V, d.d. 22-06-04

 

Geachte heer Kalden,

Hartelijk dank voor uw brief en uw sympathieke wens daarin.

Mijn brief en brochure roepen op om de nieuwe grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing in uw beleid op te nemen nu de oude grondslag, die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee de mens maakbaar is, de grens bereikt van zijn intrinsieke contraproductiviteit.

Dit betekent dat mijn informatie niet zo zeer bedoeld is voor het gevoel van de heer Veerman, maar voor het belang en zelfs het cruciale belang van de samenleving.

Op grond hiervan verzoek ik de heer Veerman opnieuw een beslissing te nemen over het al dan niet invoeren van de nieuwe grondslag.

Voor wat de heer Veerman zelf betreft: Ik weet niet of hij het ZIJN oftewel de volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid al heeft gerealiseerd. Mocht dat niet zo zijn, dan raad ik hem aan toch tenminste kennis te nemen ervan. Want zonder dat mist hij het inzicht in de essentie van de problemen van deze tijd en de essentie van de cruciale vernieuwing die zich al ruimschoots in de samenleving aandient, maar met alle consequenties vandien nog niet wordt herkend laat staan toegepast.

In het geval de heer Veerman niet bereid is iets met de nieuwe grondslag te doen, dan verzoek ik hem mij de reden daarvan te geven.

Met vriendelijke groet,

C.E. Bijl
 

 

Brief aan minister De Graaf d.d. 17-5-2004

 

OPEN BRIEF

 

Betreft: De cruciale vernieuwing van de democratie.

 

Geachte heer De Graaf,

 

Ieder mens heeft de natuurlijke behoefte aan meer vrijheid en verantwoordelijkheid. De democratie is het systeem dat die behoefte in verregaande mate heeft kunnen bevredigen. Ieder systeem schiet echter per definitie tekort in de volledige bevrediging van deze behoefte, dus in de realisering van volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid.

 

Tot op heden was het opheffen van dit tekort van ondergeschikt belang. Maar in deze tijd is dit niet langer het geval. Het opheffen ervan is zelfs van cruciaal belang. De reden daarvan is dat de gedurende de hele geschiedenis gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing, die het idee betreft dat het leven en daarmee de mens maakbaar is, de grens van zijn intrinsieke contraproductiviteit bereikt.

 

De reactie op deze grens is dat de mensen af willen van de dogma's die ieder systeem in zich draagt en daarom af willen van de dogma's van religie, ideologie en wetenschap. Dit betekent dat de mensen het tegenovergestelde van het maakbaarheididee oftewel de ontwikkeling van het ZIJN willen. Het algemene belang daarvan is dat daarmee de volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid wordt gerealiseerd en aldus datgene waar religie, ideologie en wetenschap om begonnen zijn. Met andere woorden, daarmee wordt de niet-contraproductieve oftewel de echte probleemoplossing gerealiseerd.

 

Op grond hiervan en gelet op de bereikte grens van voornoemde contraproductiviteit kan worden gesteld dat de ontwikkeling van het ZIJN cruciaal is voor de samenleving als geheel. Dit betekent niet dat uw democratische en bestuurlijke (systeem)vernieuwing overbodig is. Het betekent wel dat deze vernieuwing niet langer kan zonder zijnsontwikkeling.

 

Voor zover mij bekend ontbreekt zijnsontwikkeling in uw beleid. Daarom bied ik u aan kennis te maken met deze ontwikkeling en deze, indien gewenst, in uw beleid te implementeren.

 

Ter vergemakkelijking van uw besluit hieromtrent bied ik u tevens een vrijblijvend gesprek aan waarin ik u mede aan de hand van de bijgesloten brochure en de website www.nlbe.nl nader zal informeren.

 

Hoogachtend, 

C.E. Bijl

 

Brief van minister De Graaf, namens deze H.J Schartman, directeur Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen dd. 21-06-2004.

 

Geachte heer Bijl,

 

Onlangs ontving ik uw open brief (d.d. 17 mei 2004, kenmerk democrat 0404) met betrekking tot de "cruciale vernieuwing van de democratie".

 

U biedt mij daarin een gesprek aan waarin u mij nader wilt informeren over de doelstellingen en activiteiten van uw instituut.

 

Hoewel wij de zorg voor en het streven naar het vernieuwen van de democratie delen, herken ik me niet in uw brede ambities en aanpak.

 

De bijgevoegde brochure steunt mijn indruk dat wij deze kloof ook niet in een gesprek (kunnen) overbruggen.

 

Hoogachtend,

H.J. Schartman

Directeur Grotestedenbeleid en Interbestuurlijke Betrekkingen.

 

Brief aan minister de Graaf d.d. 24-06-2004.

 

Geachte heer De Graaf,

In uw brief stelt u dat het doel van mijn brief is u te informeren over de doelstellingen en activiteiten van mijn instituut. Dat is echter niet het geval. Mijn doel is u duidelijk te maken dat de democratie aan een cruciale vernieuwing toe is. Die vernieuwing volgt uit het feit dat de samenleving toe is aan een nieuwe grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing nu de oude grondslag, die bestaat uit het idee dat het leven (de mens) maakbaar is, de grens bereikt van zijn intrinsieke contraproductiviteit en die grens de oorzaak is van onder andere de bedreiging van de democratie die zich momenteel voltrekt.

Die nieuwe grondslag is niet alleen cruciaal voor de democratie vanwege voornoemde grens, maar ook vanwege het feit dat deze het wezenlijke ideaal van de democratie realiseert. De reden hiervan is dat de nieuwe grondslag bestaat uit de ontwikkeling van het ZIJN en dit ZIJN de toestand van de mens is waarin hij volmaakt vrij en verantwoordelijk oftewel volmaakt is.

Ik kan mij voorstellen dat het voorgaande zo ver bij uw dagelijkse beslommeringen en/of uw persoonlijke opvattingen vandaan ligt dat u een onoverbrugbare kloof ervaart. Maar dat wil niet zeggen dat het overbruggen van deze kloof niet van belang en zelfs van cruciaal belang is voor de samenleving. Want dat is weldegelijk het geval.

Op grond hiervan verzoek ik u vriendelijk doch dringend u niet te laten hinderen door uw ervaring van een kloof, maar processen te initiëren die in eerste instantie de kloof definiëren en van daaruit de kloof overbruggen. Voorafgaand daaraan acht ik een gesprek onontbeerlijk omdat het geschreven woord zeker in deze materie gemakkelijk tekort kan schieten.

Mocht u niet bereid zijn de kloof te overbruggen en dus niet bereid zijn de nieuwe grondslag te implementeren, dan verzoek ik u mij de inhoudelijke redenen daarvan te geven zodat de samenleving er kennis van kan nemen.

Hoogachtend,

C.E. Bijl
 

 

Brief aan minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 15-6-2004

 

Geachte mevrouw Van der Hoeven,

De problemen van de samenleving vragen om een oplossing die wezenlijk verschilt van alle tot op heden gehanteerde oplossingsmethoden. Oftewel een oplossing die problemen echt oplost.

Die oplossing is mogelijk en ligt besloten in het feit dat de gedurende de hele geschiedenis en tot op heden gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing, die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is, de grens van zijn intrinsieke contraproductiviteit bereikt en dus vervangen moet worden door een tegenovergestelde grondslag. Die grondslag betreft de ontwikkeling van het ZIJN: de directe weg naar volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid.

Hoewel alle ontwikkelingen van de samenleving in de richting van die oplossing wijzen en velen er op grond van persoonlijke en/of professionele motieven naarstig naar op zoek zijn, wordt deze niet herkend laat staan toegepast. Dit met als gevolg dat de problemen toenemen en onhoudbaar worden.

In de bijgesloten brochure wordt het voorgaande onderbouwd.

Teneinde deze oplossing zo snel mogelijk toe te passen, roep ik alle instituties in Nederland en dus ook uw ministerie op om kennis te nemen van de nieuwe grondslag en de toepassing ervan te bevorderen.
 

De oplossing zal u zeker aanspreken omdat deze volmaakt consistent en coherent is en het ZIJN het onderwijs verandert van onder-wijs in wijs, de Cultuur van entertainment in betekenisgeving en de Wetenschap van kennisschap in wetenschap.

 

Ter vergemakkelijking van uw beslissing bied ik u een vrijblijvend gesprek aan waarin ik u mede aan de hand van de bijgesloten brochure en de website www.nlbe.nl nader zal informeren.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

Brief van minister Van der Hoeven van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap d.d. 2-7-2004

 

Geachte heer Bijl,

 

Uw brochure over zijnsontwikkeling heb ik in goede orde ontvangen.

 

Na kennisneming van de inhoud deel ik u mee, geen gebruik te zullen maken van van de oplossingsmethoden die u voorstelt

 

Hoogachtend,

 

De minister van onderwijs, cultuur en wetenschap.

Namens deze,

Mevr. drs. S.M. Roos

Directeur Bestuursondersteuning en Advies

 

Brief aan minister Van der Hoeven / mevr. Roos d.d. 6-7-2004

 

Geachte mevrouw Roos,

In mijn brochure heb ik duidelijk gemaakt dat de ontwikkeling van het ZIJN van cruciaal belang is voor de samenleving. Dit vanwege het feit dat deze ontwikkeling het alternatief is voor de grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die gedurende de hele geschiedenis is gehanteerd, maar nu de grens bereikt van zijn intrinsieke contraproductiviteit oftewel van zijn onechte probleemoplossing.

Het feit dat u niet wilt meewerken aan deze ontwikkeling betekent dat u vanaf nu mede verantwoordelijk bent voor:

  1. De voortgang van de contraproductiviteit van alle ontwikkeling en probleemoplossing en daarmee voor alle inmiddels onhoudbare problemen die het gevolg van deze voortgang zijn.

  2. Het tegenhouden van de ontwikkeling van een menselijke hoedanigheid waar ieder mens altijd ten diepste naar heeft verlangd en nog verlangt.

  3. Het tegenhouden van die ontwikkeling die het doel bevat waar alle ontwikkelingen naar streven. Dit met als gevolg dat deze ontwikkelingen hun doel niet kunnen bereiken en aldus, zoals nu al blijkt, financieel niet op te brengen zijn voor de samenleving.

Het ligt in mijn voornemen de samenleving via onder andere mijn website en de pers op de hoogte te stellen van de bereidheid van haar bestuurders de problemen echt op te lossen. Om die reden verzoek ik u mij en daarmee de samenleving de redenen te geven van uw weigering.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

 

Brief aan het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid, dhr R. Gorter d.d. 19-5-2004  

 

OPEN BRIEF

 

Betreft: De realisering van de volmaakt geestelijke gezondheid.

Tekstvak: .

 

Geachte heer Gorter,

 

Gedurende de hele geschiedenis en tot op heden is de grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing gedomineerd door het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is. Als gevolg hiervan is de mens de gevangene geweest van zijn gedachten en gevoelens en heeft hij daardoor zijn Ware Zelf als zijnde de innerlijke waarnemer van zijn gedachten en gevoelens en daarmee ook het ZIJN als zijnde het één zijn met zijn Ware Zelf veronachtzaamd en zelfs miskend.

 

Aangezien het ZIJN de toestand is waarin de mens volmaakt vrij en verantwoordelijk oftewel volmaakt is en dus ook de volmaakte gezondheid is, is de mens niet in staat geweest de volmaakte gezondheid te realiseren. Het is zelfs zo dat als gevolg van de intrinsieke contraproductiviteit van voornoemde grondslag het tegendeel daarvan wordt gerealiseerd.

 

Dit betekent dat de volmaakte gezondheid en de oplossing van de huidige gezondheidsproblemen alleen gerealiseerd kan worden door het maakbaarheididee te vervangen door het tegenovergestelde daarvan te weten de ontwikkeling van het ZIJN.

 

Dit lijkt misschien een onmogelijke opgave, maar dat zou wel eens mee kunnen vallen. De reden van dit optimisme betreft enerzijds het feit dat in deze tijd de grens van de contraproductiviteit van de oude grondslag wordt bereikt. En anderzijds het feit dat het maakbaarheididee en daarmee de dogma's van religie, ideologie en wetenschap steeds meer losgelaten worden waardoor de mens steeds meer zichzelf wil zijn en het ZIJN het ultieme zichzelf zijn is.

 

Het lijkt mij aannemelijk dat het NFGV naar de volmaakte geestelijke gezondheid en tegelijk daarmee naar de echte oplossing van de geestelijke gezondheidsproblemen streeft. Daarom bied ik u hierbij aan zijnsontwikkeling in de geestelijke gezondheidszorg te introduceren.

 

Ter vergemakkelijking van uw besluit hieromtrent bied ik u tevens een vrijblijvend gesprek aan waarin ik u mede aan de hand van de bijgesloten brochure en de website www.nlbe.nl nader zal informeren.

 

Hoogachtend, 

C.E. Bijl

 

Brief van het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid, dhr R. Gorter d.d. 8-7-2004

 

Geachte heer Bijl,

 

U stuurde mij een brochure over het Nederlands Instituut Voor Zijnsontwikkeling, met de vraag of het instituut iets kan betekenen voor de bevordering van de geestelijke gezondheid en het NFGV.

 

Ik heb de brochure gelezen en uw website bekeken, maar moet u teleurstellen. Het werk van het NFGV bestaat uit het geven van voorlichting over psychische ziekten en het financieren van projecten op het gebied van de geestelijke volksgezondheid. Het fonds sluit hierbij aan bij de actuele ontwikkelingen in de wetenschap en de zorg. Uw benadering valt inhoudelijk buiten het beleid van het NFGV. Daarnaast tref ik geen concrete plannen aan (het is bijvoorbeeld geen project waar subsidie voor gevraagd wordt). Om die redenen lijkt het mij niet zinvol nader met elkaar in gesprek te gaan.

 

Ik dank u voor uw belangstelling voor het NFGV en wens u veel succes met uw werkzaamheden.

 

Met vriendelijke groet,

Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid

 

Brief aan het Nationaal Fonds Geestelijke Volksgezondheid, dhr R. Gorter d.d. 9-7-2004

 

Geachte heer Gorter,

Hartelijk dank voor uw brief.

In uw brief stelt u dat zijnsontwikkeling buiten het beleid van het NFGV valt. Dit verbaast mij zeer. Daarom wil ik u graag het volgende vragen.

Betekent uw beleidsopstelling dat:

  1. U niet erkent dat het ZIJN de toestand is waarin de mens volmaakt in balans is met zichzelf en zijn omgeving en daarmee de toestand is van het vrij zijn van lijden aan lichamelijke en geestelijke pijn en dus van de volmaakte gezondheid?
     

  2. U niet erkent dat alle reguliere gezondheidszorg en dus ook alle actuele ontwikkelingen in de wetenschap en de zorg gebaseerd zijn op het intrinsiek contraproductieve idee dat het leven en dus ook de mens maakbaar zijn waardoor deze zorg niet leidt tot de volmaakte gezondheid die in het ZIJN besloten ligt?
     

  3. U niet erkent dat het intrinsiek contraproductieve maakbaarheididee een grens moet bereiken en dat deze grens in deze tijd bereikt wordt?
     

  4. U niet erkent dat zijnsontwikkeling het enige alternatief is voor het maakbaarheididee?
     

  5. U niet erkent dat zijnsontwikkeling niet alleen cruciaal is voor de gezondheidszorg, maar ook voor de hele samenleving.

Indien u deze vragen bevestigend beantwoordt, is het dan niet zo dat het NFGV niet het belang van de gezondheid van de mensen dient, maar het belang van de instituties van de gezondheidszorg die gebaat zijn bij ongezonde mensen en het ongezond houden van mensen? Kortom, bent u een pion van deze instituties?

Indien u de voorgaande vragen niet bevestigend beantwoordt, is het dan niet zo dat zijnsontwikkeling wel binnen het beleid van het NFGV valt en aldus het NFGV in samenwerking met NLbe een belangrijke taak te vervullen heeft, te weten er voor zorgen dat de gezondheidszorg verandert van het huidige zijn van ziektebestrijder in gezondheidszorg? Een taak waarvoor we subsidie zouden kunnen vragen?

Met vriendelijke groet,

Cor Bijl
Directeur

 

 

Brief aan minister De Geus van Sociale Zaken d.d. 30-6-2004

 

Betreft: Ultieme verklaring voor groot aantal vrouwen in de WAO.

Geachte heer De Geus,

Uit de Volkskrant van 30 juni verneem ik dat u het afgelopen najaar heeft gezegd dat er nog steeds geen ultieme verklaring is voor het grote aantal vrouwen in de WAO en dat ook het recente onderzoek van de SEO van de Universiteit van Amsterdam geen verklaring kan geven.
 

Dit brengt mij ertoe u te verwijzen naar mijn brief plus brochure van 15 juni jl. waarin ik heb aangegeven dat de samenleving de grens bereikt van de gedurende de hele geschiedenis gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die bestaat uit het idee dat het leven en dus ook de mens maakbaar is.

 

Ik verwijs u hiernaar omdat:

  1. Deze grondslag de kern vormt van het patriarchale/manlijke karakter van de samenleving.

  2. Dit karakter nu zijn hoogtepunt bereikt als gevolg van voornoemde grens.

  3. Vrouwen altijd gestreden hebben tegen dit karakter.

  4. Vrouwen van nature voorop lopen voor wat betreft de toepassing van de nieuwe grondslag die de ontwikkeling van het ZIJN betreft.

  5. De nieuwe grondslag echter niet wordt herkend laat staan toegepast. Dit ondanks het feit dat alle vernieuwingen van de samenleving in de richting ervan wijzen en de grens van de oude grondslag de oorzaak is van de toename, de onoplosbaarheid en de onhoudbaarheid van de problemen van deze tijd.

Hieruit zal duidelijk zijn dat de oude grondslag de oorzaak is van het grote aantal vrouwen in de WAO en de nieuwe grondslag de oplossing ervan is.

Ik bied u een vrijblijvend gesprek aan waarin ik het voorgaande nader zal toelichten. Wellicht kan dit samengaan met het gesprek dat ik u in mijn brief van 30 juni aanbied.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl
 

Brief van minister De Geus/Hr Hennephof d.d. 27-7-2004

 

Geachte heer Bijl,
 

Voor de toezending van uw brieven met de bijbehorende brochure zeg ik u gaarne dank. Uw brief van 30 juli heeft als onderwerp: "Ultieme verklaring voor groot aantal vrouwen in de W AO". De brochure geeft die 'ultieme verklaring' in een vorm van een filosofische bespiegeling van de noodzaak tot het bereiken van de toestand bij ieder mens om volmaakt in balans te komen met zichzelf en met zijn omgeving.


Met respect neem ik kennis van uw denkbeelden, maar constateer wel dat deze geen praktische aanknopingspunten bevatten voor de oplossing van maatschappelijke vraagstukken als de hoge instroom van vrouwen in de WAO.


Ik wens u succes met de werkzaamheden van uw instituut.
De Staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid,
names deze,
de plv. Secretaris-Generaal,
drs. P. Hennephof

 

Brief aan Hr. Hennephof d.d. 21-10-2004

 

Geachte heer Hennephof,


In uw brief stelt u dat mijn denkbeelden geen praktische aanknopingspunten bevatten van maatschappelijke vraagstukken als de hoge instroom van vrouwen in de WAO. Graag reageer ik daarop met het volgende.

  1. U vertelt mij niet of u het eens of oneens bent met mijn analyse betreffende de ultieme verklaring voor het groot aantal vrouwen in de WAO. Graag verneem ik dit van u. Mocht het daarbij zo zijn dat u het niet met mij eens bent, dan verneem ik graag de reden daarvan.

  2. Mijn analyse c.q. denkbeelden zijn niet alleen een filosofische beschouwing, maar ook een door mij en vele anderen ervaren universele waarheid. M.a.w. van concreet nut.

  3. U stelt dat mijn denkbeelden geen praktische aanknopingspunten bieden voor de oplossing van maatschappelijke vraagstukken. Mijn reactie hierop is:

    • Voor wat betreft het gebrek aan praktische aanknopingspunten: Ik zie niet in waarom u zijnsontwikkeling niet zou kunnen aanbevelen als een praktische oplossing. Er worden toch vele van dit soort oplossingen door de overheid aangedragen. Voorbeelden daarvan zijn: Het pleidooi van de minister-president voor normen en waarden, de aanbeveling van Minister Donner dat mediation een goede manier is bij de oplossing van echtscheidingsgeschillen, het pleidooi voor eigen verantwoordelijkheid, enz. enz.

    • Voor wat betreft de oplossing van maatschappelijke vraagstukken: Zijnsontwikkeling is de essentie van ontwikkeling en probleemoplossing en daarmee de enige echte oplossing van problemen en dus ook van maatschappelijke vraagstukken (zie bijgesloten brochure).

  4. Zoals ik in mijn brochure heb aangegeven, bestaat de huidige grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing uit het idee dat het leven en dus ook de mens maakbaar is. Uw reactie geeft mij de indruk dat u nog steeds alle heil daarvan verwacht terwijl deze grondslag al lang in zowel theorie als praktijk failliet is omdat deze intrinsiek contraproductief is.

U geeft mij de indruk dat de door mij gebrachte oplossing voorbij uw denkkaders gaat en daarom zonder toetsing van uw eigen interpretaties/conclusies wordt afgewezen. Ik acht dat op zijn zachtst gezegd een onzorgvuldige behandeling van het onderhavige probleem.

Ik stel voor een gesprek met u te hebben waarin alle argumenten uitgewisseld kunnen worden en zodoende tot een gedegen en daarmee verantwoorde conclusie kan worden gekomen over mijn oplossing. Ik kan u dan tevens duidelijk maken dat zijnsontwikkeling niet alleen dé oplossing is voor maatschappelijke vraagstukken, maar ook voor de vraagstukken van uw organisatie.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

Brief van de heer Hennephof d.d. 16-11-2004

 

Geachte heer Bijl,
In uw laatste brief gaat u in op mijn brief van 27 juli jl.
U schrijft door mijn brief de indruk te hebben gekregen dat de door u ingebrachte oplossing voorbij de door mij gehanteerde denkkaders gaat.
Ik denk inderdaad dat onze denkwerelden en visies ten aanzien van maatschappelijke vraagstukken als de WAO dermate van elkaar verschillen dat wij elkaar niet van dienst kunnen zijn.
Een gesprek tussen ons lijkt mij daarom niet zinvol.
 

Hoogachtend,
de plv. Secretaris-Generaal,
drs. P. Hennephof
 

Brief aan minister De Geus d.d.17-11-2004

 

Betreft: Echte oplossing van groot aantal vrouwen in de WAO en echte oplossing van de (huidige) problemen van de samenleving.

Geachte heer De Geus,

Op 30 juni jl. heb ik u een brief gestuurd waarin ik u de ultieme verklaring en daarmee de echte oplossing van het grote aantal vrouwen in de WAO aanreik.

Op basis hiervan heeft er een briefwisseling met de plv. Secretaris-Generaal de heer P. Hennephof plaatsgevonden. Daarin is bij mij de indruk ontstaan dat zijn denkkaders ontoereikend zijn voor het doorgronden van mijn verklaring en oplossing.

In de brief van de heer Hennephof van 16 november jl. bevestigt hij mijn indruk (zie bijlage).

Met alle respect voor de heer Hennephof betekent dit dat hij niet in staat kan worden geacht de echte oplossing van het onderhavige probleem te zien.

Op grond hiervan verzoek ik u de zaak zelf ter hand te nemen. Temeer daar mijn oplossing niet alleen geldt voor het probleem van het grote aantal vrouwen in de WAO, maar ook voor de (huidige) ernstige problemen van de samenleving. Dit vanwege het feit dat mijn oplossing de erkenning betreft van het feit dat:

  1. De gedurende de hele geschiedenis en tot op heden gehanteerde grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing, die bestaat uit het idee dat het leven en dus ook de mens maakbaar is, intrinsiek contraproductief is en dus tot de problemen van deze tijd leidt.

  2. De nieuwe grondslag, die bestaat uit zijnsontwikkeling, zich al ruimschoots in de samenleving aandient maar nog niet herkend en toegepast wordt.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

 

Brief aan minister Van der Hoeven van Onderwijs d.d. 16-9-2004

 

Betreft: De echte oorzaak en oplossing van de graaicultuur.

Geachte mevrouw Van der Hoeven,

Volgens de media is uw ministerie ten prooi gevallen aan de graaicultuur. Als dat waar is, dan is dat een buitengewone kans om de echte oorzaak van de graaicultuur in het algemeen te onderkennen en daarmee de echte oplossing ervan toe te passen. Ik leg u dat graag uit aan de hand van het volgende.

Zoals ik u in mijn brief plus brochure van 15 juni jl. heb aangegeven, wordt in deze tijd het einde bereikt van de intrinsiek contraproductieve grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die wij gedurende de hele geschiedenis hebben gehanteerd en bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is. De meest herkenbare uiting hiervan is dat de dogma's wegvallen, de mensen op zichzelf worden teruggeworpen en de mensen (gewoon) zichzelf willen zijn. Dit betekent dat de mensen zich niet langer laten sturen door dogma's, maar door zichzelf. Dat zelf bestaat op dit moment uit de eigen gedachten en gevoelens of anders gezegd uit het ego. Aangezien dit ego de gevangene is van het materie- oftewel van het dualiteitaspect van het leven, is de hebzucht en de intermenselijke confrontatie maximaal. Vandaar de graaicultuur en de vele conflicten of kortweg het onfatsoen.

Deze situatie lijkt misschien verwerpelijk, maar het tegendeel is waar. Want met het wegvallen van de dogma's en de daarmee gepaard gaande onbelemmerde manifestatie van het ego heeft de mens voor het eerst in de geschiedenis de kans om zich vrij te maken van de (primaire) sturing van zijn gedachten en gevoelens c.q. zijn ego. Dat betekent dat hij de kans heeft om één te worden met zijn Ware Zelf die de innerlijke waarnemer is van zijn gedachten en gevoelens en gestuurd wordt door het Geheel en aldus volmaakt vrij en volmaakt verantwoordelijk is. M.a.w., hij heeft de kans zijn volmaakt-zijn of kortweg zijn ZIJN te realiseren en daarmee zijn diepste wens in vervulling te laten gaan.

Willen we deze unieke kans benutten en daarmee een historische sprong in ontwikkeling maken die cruciaal is voor de oplossing van alle problemen dan moeten we niet teruggrijpen op de repressieve/bestraffende/(her)opvoedende houding die inherent is aan het maakbaarheididee, maar overgaan tot zijnsontwikkeling (zie brochure). Dat betekent enerzijds de bewustwording, de acceptatie en de vrijwording van de gedachten en gevoelens die hem of haar in het verleden gestuurd hebben en in het heden sturen. En daarnaast de bewustwording van en de overgave aan de sturing door het Ware Zelf die bestaat uit de impuls tot manifestatie in het hier en nu afkomstig uit het Geheel.

Mocht u deze unieke kans willen benutten, dan ben ik u daar graag bij van dienst. Wenst u eerst nader geïnformeerd te worden, dan bied ik u daartoe een vrijblijvend gesprek aan.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

Brief van minister Van der Hoeven van Onderwijs d.d. 16-9-2004

 

Geachte heer Bijl,


Naar aanleiding van uw brief van 16 september 2004 over de vermeende onregelmatigheden binnen mijn ministerie, merk ik het volgende op.


Van de berichten hierover ben ik erg geschrokken. Ik heb daarom na de anonieme brief aan de Tweede Kamer meteen een grondig ornderzoek ingesteld. Dat onderzoek is zowel door het ministerie als door enkele onafhankelijke externe instanties uitgevoerd. De resultaten zijn inmiddels beschikbaar.
Zoals ik tijdens het debat in de Tweede Kamer al heb gezegd, bleek inderdaad dat binnen OCW dingen
zijn gebeurd die absoluut niet hadden mógen gebeuren. Deze onregelmatigheden waren het gevolg van administratieve slordigheden, weeffouten in de organisatiestructuur, een gebrek aan eenduidige interpretatie van het Algemeen Ambtenarenreglement en het zoeken naar manieren om talentvolle ambtenaren binnen te halen. Dit zijn echter allemaal verklaringen; het is absoluut geen excuus voor wat er heeft plaatsgevonden. Daar ben ik me van bewust.


Daarom heb ik direct maatregelen genomen zodat voortaan strikt volgens de regels wordt gehandeld. Denkt u hierbij aan de salariëring van ambtenaren van OCW, toekenning van bonussen, vertrek- en pensioenregelingen. Het toezicht is verscherpt en alle personeelsdossiers worden op orde gebracht. Ik heb de landsadvocaat gevraagd extra onderzoek uit te voeren naar wat eventueel terug te vorderen is
en of bepaalde dossiers aanleiding geven tot een strafrechtelijke vervolging. Daar waar blijkt dat er wel degelijk iets strafbaars aan de orde is, zal ik maatregelen nemen. Ik zal -waar dit juridisch mogelijk is - onterecht ontvangen gelden terugvorderen. Tenslotte zal ik in overleg treden met de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK). Ik wil met hem onderzoeken hoe we verschillen in salariëring tussen ambtenaren van alle departementen terug kunnen brengen. Hierdoor wordt bijvoorbeeld de doorstroming van een topambtenaar van een ander departement naar OCW makkelijker. Ik hoop dat hiermee een belangrijk arbeidsmarktknelpunt wordt opgelost. Hier heeft niet alleen OCW, maar heel de Rijksoverheid profijt van.


Ik hoop u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd. Ik heb er vertrouwen in dat we deze periode
beter georganiseerd afsluiten. Zodat we ons weer helemaal kunnen richten op wat echt belangrijk is: het ontwikkelen van talent. als onmisbare investering in de samenleving.
 

Zoals u hierboven kunt constateren, heb ik bij mijn maatregelen geen gebruik gemaakt van de door u gepropageerde methode van de zijnsontwikkeling. Dank voor uw aanbod.


Minister van Onderwijs. Cultuur en Wetenschap,
Maria J.A. van der Hoeven
 

Brief aan minister Van der Hoeven van Onderwijs d.d. 19-10-2004

 

Geachte mevrouw Van der Hoeven,

In mijn brief van 16 september heb ik u aangegeven wat de echte oorzaak en de echte oplossing is van de graaicultuur.

De maatregelen die u in uw brief aangeeft ter bestrijding van deze cultuur bevinden zich op het niveau van regels en sancties. Dat betekent dat ze het symptoom bestrijden en niet de oorzaak. Ik vind dat u daarmee een unieke kans mist om de graaicultuur echt op te lossen en daarmee een bijdrage te leveren aan de oplossing van het grote en toenemende egocentrisme van de samenleving waar alle huidige problemen en dus ook de graaicultuur het gevolg van zijn.

Met de bedoeling u wat meer inzicht te geven in de oorzaak en de oplossing van de huidige problemen van de samenleving, stuur ik u bijgesloten mijn nieuwe brochure. Ik hoop dat u daardoor de unieke kans zult benutten die de ontwikkeling van de samenleving in zich draagt.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl

 

 

Brief aan minister Donner van Justitie d.d. 20-9-2004

 

Betreft: Echte oorzaak en oplossing van het terrorisme.

 

Geachte heer Donner,

Het terrorisme is één van de grootste gevaren die ons bedreigen, ook al bedreigt het voornamelijk nog "slechts" de beginselen van onze beschaving zoals de rechtsstaat, de privacy, e.d.. Daarom is het noodzakelijk alle middelen ter bestrijding ervan in te zetten. Uit de bekendmaking van de middelen die u in wilt zetten, maak ik op dat het belangrijkste middel ontbreekt. Dat middel houdt verband met de echte oorzaak van het terrorisme en is derhalve (met behoud van uw middelen) de echte oplossing ervan. Ik leg u dit graag uit aan de hand van het volgende.

Zoals ik u in de bijgesloten brochure aangeef en in mijn brief van 10 mei jl. heb aangegeven, wordt in deze tijd het einde bereikt van de intrinsiek contraproductieve grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die wij gedurende de hele geschiedenis hebben gehanteerd en bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens maakbaar is. De meest herkenbare uiting hiervan is dat de dogma's wegvallen, de mensen op zichzelf worden teruggeworpen en de mensen (gewoon) zichzelf willen zijn. Dit betekent dat de mensen zich niet langer laten sturen door dogma's, maar door zichzelf. Dat zelf bestaat op dit moment uit de eigen gedachten en gevoelens of anders gezegd uit het ego. Aangezien dit ego de gevangene is van het materie- oftewel van het dualiteitaspect van het leven, is de hebzucht en de intermenselijke confrontatie maximaal. Vandaar de graaicultuur en de vele conflicten waarvan het terrorisme één van de meest extreme uitingen is.

Deze situatie lijkt misschien verwerpelijk, maar het tegendeel is (met behoud van het begrenzen ervan) waar. Want met het wegvallen van de dogma's en de daarmee gepaard gaande onbelemmerde manifestatie van het ego heeft de mens voor het eerst in de geschiedenis de kans om zich vrij te maken van de (primaire) sturing van zijn gedachten en gevoelens c.q. zijn ego. Dat betekent dat hij de kans heeft om één te worden met zijn Ware Zelf die de innerlijke waarnemer is van zijn gedachten en gevoelens en gestuurd wordt door het Geheel en aldus volmaakt vrij en volmaakt verantwoordelijk is. M.a.w., hij heeft de kans zijn volmaakt-zijn of kortweg zijn ZIJN te realiseren en daarmee zijn diepste wens in vervulling te laten gaan.

Het realiseren van het ZIJN is echter het moeilijkste wat er is. Want het vraagt om zelfacceptatie. Dat betekent dat het enerzijds vraagt om de onvoorwaardelijke acceptatie van de eigen gedachten en gevoelens tot en met de meest onacceptabele aan toe. En anderzijds vraagt om het loslaten van de sturing van deze gedachten en gevoelens en tegelijkertijd om de overgave aan de sturing van het Geheel dat een mysterie en derhalve onvoorspelbaar is. Om deze reden bestaat er geen groter gevecht van de mens dan het gevecht tegen de realisering van het ZIJN. Om dat te breken heeft het leven de mens gedurende de hele geschiedenis via ups en downs geconfronteerd met zichzelf en deze confrontatie opgevoerd. De problemen van het milieu, de volkerenmoord, de nucleaire dreiging en het terrorisme zijn de ultieme uitingen daarvan.
De ervaring leert dat wanneer daadwerkelijk met de realisering van het ZIJN wordt begonnen en aldus in overeenstemming met het leven zelf wordt gehandeld de confrontatie dragelijker wordt en afneemt. Dat betekent dat zijnsontwikkeling de echte oplossing is van problemen en dus ook van het terrorisme. Dit wordt nog bekrachtigd door het feit dat zijnsontwikkeling tegemoetkomt aan de wezenlijke (doch hoogstwaarschijnlijk niet zelfopgevolgde) eis van de (islamitische) terroristen. Want die eis is dat we ons over moeten geven aan Allah oftewel aan de sturing van het Geheel dat inherent is aan het ZIJN.

Op grond hiervan kan worden gesteld dat zijnsontwikkeling onontbeerlijk is voor de bestrijding van het terrorisme.

Graag licht ik dit nader toe en ben ik u van dienst bij de implementatie ervan.

Hoogachtend,
C.E. Bijl
 

Brief van minister Donner / Hr. Mayer d.d. 5-10-2004

 

Geachte heer Bijl,


Uw open brief plus brochure heb ik in goede orde ontvangen. Uit uw brief plus brochure maak ik op dat u bijzondere visie heeft op het ontstaan van terrorisme en laat u mij weten hoe volgens u terrorisme kan worden bestreden. U vraagt mijn aandacht hiervoor.


In antwoord bericht ik u dat ik met belangstelling heb kennisgenomen van hetgeen u mij heeft gestuurd. Ik wil u meedelen dat ik het op prijs stel dat u mij op deze wijze uw mening over dit onderwerp heeft kenbaar gemaakt. Het doet mij goed te vernemen dat burgers uit de samenleving meedenken over zaken die de maatschappij raken.


Graag wijs ik u op de brief die mijn ambtgenoot van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en ik onlangs aan de Tweede Kamer hebben verstuurd, met betrekking tot terrorismebestrijding. Een exemplaar van deze brief treft u hierbij aan.

Ik ga ervan uit u hiermee voldoende te hebben geïnformeerd.
De Minister van Justitie, namens deze,
hoofd Bureau Juridische en Beleidsondersteunende Aangelegenheden,
H. Ph. Mayer

 

Brief aan minister Donner / Hr. Mayer d.d. 7-10-2004

 

Geachte heer Mayer,

Hartelijk dank voor uw reactie op mijn brief plus de brief die u met uw collega naar de Tweede Kamer hebt gestuurd. Ik heb er aandachtig en met veel waardering kennis van genomen. Als gevolg daarvan kon ik constateren dat er in uw brief aan de Tweede Kamer precies datgene ontbreekt wat ik heb aangeduid als de echte oorzaak en de echte oplossing van de onveiligheid in het algemeen en het terrorisme in het bijzonder te weten de afwezigheid respectievelijk de aanwezigheid van zijnsontwikkeling als zijnde de essentie oftewel de echte grondslag van ontwikkeling en probleem-oplossing. Ik kan mij dit ontbreken zeer goed voorstellen omdat onze samenleving tot op heden is gedomineerd door een abusievelijk aangenomen grondslag, te weten het idee dat het leven en dus ook de mens maakbaar is. Dit met als gevolg dat onze cultuur de eigenschap mist om de gebeurtenissen in het leven te zien als een spiegel van zichzelf. En daardoor de ervaringen van het leven te zien als betekenisvol voor, als hulp bij, de eigen innerlijke ontwikkeling in de richting van het ideaal waar we in wezen allemaal naar streven. Een ideaal dat bestaat uit de volmaakte balans met onszelf en onze omgeving oftewel uit de volmaakte vrijheid en verantwoordelijkheid die in het ZIJN besloten ligt (zie ook de bijgesloten nieuwe brochure van NLbe). Kortom, de samenleving mist de eigenschap om haar beschavingsideaal van volmaakte vrijheid en volmaakte verantwoordelijkheid te realiseren, ook al is al haar streven daarop gericht.

In deze tijd bereikt de bestaande grondslag, dus het maakbaarheididee, zijn grens als gevolg van de intrinsieke contraproductiviteit ervan. Vandaar de terugwerping van de mens op zichzelf (zijn ego) en het heftige dualisme die daar per definitie mee gepaard gaat. Een dualisme waar het (islamitisch) terrorisme een cruciaal onderdeel van uitmaakt. Temeer, daar het ook nog de boodschap in zich draagt van de overgave aan Allah c.q. God c.q. het Geheel dat inherent is aan het ZIJN en de essentie is van iedere ontwikkeling, iedere emancipatie en iedere religie (niet te verwarren met het instituut kerk en haar dogma's). Deze grens betekent dat er een nieuwe grondslag moet komen die niet op de maakbaarheid van de mens is gericht, maar op zelfrealisatie oftewel op zijnsontwikkeling. Doen we dat (naast datgene wat u in uw brief aan de 2e Kamer aanbeveelt), dan zullen we zien dat de ervaring van het dualisme en dus ook van het terrorisme ons helpt om het ZIJN te bereiken en daarmee ons beschavingsideaal te voltooien. Tevens zullen we dan merken dat zowel de ervaring van de dreiging (het onveiligheidsgevoel) als de dreiging zelf, die in wezen bedoeld zijn voor het realiseren van het ZIJN, structureel afnemen.

Met deze brief en mijn vorige brief plus brochure heb ik duidelijk willen maken dat zijnsontwikkeling onontbeerlijk is voor de echte oplossing van de onveiligheid in het algemeen en het terrorisme in het bijzonder. Ik kan mij voorstellen dat u deze zienswijze nog niet met mij kunt delen en/of niet kunt vertalen in beleid. In dat geval roep ik u op mij deel uit te laten maken van uw beleidsontwikkeling.

Wanneer het nodig is de mogelijkheid van deze deelname te vergroten, dan zou het een goede zaak kunnen zijn dat u in contact treedt met de directeur van de Directie Personeel & Organisatie de heer P.J. Ierschot. Met hem heb ik namelijk een dusdanig goed gesprek gehad dat hij het nog uit te werken voornemen heeft mij voor Justitie in te zetten. Hij kan dan uw wensen in zijn besluitvorming meenemen.

Met vriendelijke groet,
Cor Bijl