NLbe Nederlands instituut voor zijnsontwikkeling

 

Basisfilosofie

 

 

 

De kans die in de unieke en apocalyptisch aandoende crisis van deze tijd besloten ligt, is de mogelijkheid ons diepste ideaal, te weten het Zijn, te realiseren.

 

 

 Afdrukversie

 

Inleiding.

Zoals in bovenstaande afbeelding wordt geïllustreerd, zijn we sinds het begin der tijden via religie, ideologie en wetenschap op zoek naar het ideale menszijn, de ideale wereld of kortweg het Zijn (To be). Tot op heden is dat echter niet gelukt. Sterker nog, we lijken er verder vandaan dan ooit. Want de problemen van deze tijd nemen exponentieel toe, lijken onoplosbaar en bereiken zo langzamerhand een kritische grens, een grens die apocalyptisch aandoet. Dat roept de prangende vraag op:

 

Wat is er aan de hand?

 

Om deze vraag te kunnen beantwoorden, is het van belang om het antwoord te vinden op de volgende vragen:

  • Wat is ons ideaal?

  • Waarom zijn we tot op heden niet in staat geweest het te realiseren?

  • Waarom is de manier waarop we dat hebben gedaan zo desastreus?

Wanneer we het antwoord hierop gevonden hebben, dan kunnen we het antwoord geven op de vraag :

  • Hoe realiseren we ons ideaal dan wel?

  • Zijn we nu, nu we aan het begin staan van het nieuwe millennium in staat het te realiseren? 

 

Wat is ons ideaal?

Het antwoord op deze vraag kunnen we geven aan de hand van het gegeven dat het universum zich manifesteert in twee aspecten, te weten in:

 

Dualiteit

en

Singulariteit

           

Deze aspecten worden duidelijker aan de hand van de volgende kenmerken ervan:

 

Materie

Deel

Ruimte/tijd

Oorzaak-en-gevolg

 

Geest

Geheel

Ruimte-/tijdloosheid

Alles-hangt-met-alles-samen

 

Als gevolg van deze kenmerken hebben we twee verschillende ideeën over de werkelijkheid, te weten:

 

Mechanisch idee van de werkelijkheid

 

Leven/ideaal is maakbaar

 

Organisch idee van de werkelijkheid

 

Ideaal is in leven besloten

 

Wanneer we de kenmerken van dualiteit en de singulariteit betrekken op onze ervaring van onszelf en het leven dan weten we dat deze gelijk staan aan:

 

Menselijkheid

Verscheidenheid (tegenstellingen)

Innerlijke verdeeldheid

Goed-fout

On- of schijnbalans

On- of schijnwaarheid

On- of schijnechtheid

On- of schijnvrijheid

On- of schijn verantwoordelijkheid

Voorwaardelijke liefde

Enz.

 

Goddelijkheid

Eenheid

Innerlijke eenheid (eenpuntigheid)

Het Goede

Balans

Waarheid

Echtheid

Vrijheid

Verantwoordelijkheid

Onvoorwaardelijke liefde

Enz.

 

Betrekken we deze kenmerken op onze innerlijke realiteit, dan weten we dat ze tot uiting komen in:

 

De sturing/wil van gedachten en gevoelens

 

Gedachten en gevoelens zijn wat we hebben, niet wat/wie we zijn.

 

Wil/sturing is meervoudig, onderling strijdig, wisselend werkzaam en manipuleerbaar.

 

 

Is derhalve onechtheid,  onwaarheid, enz.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

De sturing/de wil van het Ware Zelf

 

 

Ware Zelf is waarnemer van gedachten en gevoelens, is wel wat/wie we zijn.

 

Wil/sturing is sturing door de eenpuntigheid van het Geheel (de volmaakt vrije spontane manifestatie in het hier en nu).

 

Is derhalve enkelvoudig en daarmee echtheid, waarheid, enz.

 

Het één zijn met, het bepaald worden door voornoemde innerlijke realiteiten wordt over het algemeen aangeduid als:

 

Ego

 

Zijn

 

 

Wat is hiervan ons ideaal?

Vanuit het gegeven dat we altijd op zoek zijn naar de eigenschappen van de singulariteit, kunnen we stellen dat ons diepste ideaal het één zijn ermee oftewel het Zijn is.

 

Waarom zijn we tot op heden niet in staat geweest ons ideaal, het Zijn, te realiseren?

Aan de hand van het voorgaande is het eenvoudig deze vraag te beantwoorden. Want daaruit kunnen we afleiden dat we tot op heden één waren of beter gezegd de gevangene waren van de dualiteit. Of kortweg ons ego waren. Waarom dat zo is, is een raadsel. Maar het zou wel eens te maken kunnen hebben met wat wel wordt aangeduid als de bedoeling van de evolutie, de les van het leven, de val uit en de terugkeer in het paradijs, het waarmaken van de universele essentie van de religies, enz. Als gevolg van onze gevangenschap van de dualiteit, dus van ons ego-zijn, leek het of ons ideaal met de eigenschappen van de dualiteit (de materie) gerealiseerd kon worden. Dit had de volgende veelal onbewuste consequenties:

  1. We hebben de ervaringen, de gedachten en gevoelens waar wij ons als gevolg van de tegenstellingen van bewust werden, onderscheiden in goede en foute of beter gezegd in positieve en negatieve ervaringen. Op grond hiervan hebben wij de ervaren werkelijkheid onderscheiden in goed en kwaad en het oordeel, de waarheid, daarover in handen gegeven van machtige instituties als kerk, staat en wetenschap en hebben we de normen en waarden van deze instituties als dogma, als bron van zelfsturing, aangenomen. Dit met als gevolg dat de dualiteit als de enige realiteit werd aangemerkt.

  2. We hebben aangenomen dat onze zelfsturing alleen bestaat uit de sturing, de wil, van onze gedachten en (bewuste en onbewuste) gevoelens. En daarmee niet ook uit die van ons Ware Zelf.

  3. We hebben aangenomen dat het Zijn gelijk staat aan de permanente en maximale positieve ervaring waarin de negatieve ontbreekt.

  4. We hebben aangenomen dat het Zijn, mede op grond van de ogenschijnlijke oorzaak-en-gevolg-eigenschap oftewel de machine-eigenschap van de dualiteit, maakbaar is. Maakbaar, door met als dogma gehanteerde wetten, normen, waarden, middelen en methoden de positieve ervaring te creëren, te behouden en te vergroten en de negatieve te vermijden en te bestrijden. Daarbij werd het creëren, behouden en vergroten van de positieve ervaring aangeduid als ontwikkeling en het vermijden en bestrijden van de negatieve als probleemoplossing. Op deze wijze is de grondslag van onze ontwikkeling en probleemoplossing het idee, de aanname, geworden dat het leven en daarmee ook de mens als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is.

  5. We hebben aangenomen dat het Zijn het stelsel van dogma's is dat uiteindelijk onoverwinnelijk en dus blijvend is (survival of the fittest). Vandaar het onophoudelijke gevecht om de macht als zijnde de foutief veronderstelde mogelijkheid de eigen dogma's/waarheden aan anderen en uiteindelijk aan iedereen op te leggen en daarmee het Zijn te realiseren..

  6. Het probleem van deze consequenties is dat de manier waarop wij met onszelf, onze omgeving en het leven zelf omgaan in wezen bestaat uit een gevecht met onze ervaringen. Oftewel uit een gevecht met, een onderdrukking van, onszelf. Vanuit ons weten dat onderdrukking van onszelf negatieve consequenties heeft, spreekt het vanzelf dat dit gevecht alleen maar te verliezen is en daardoor ons ideaal er niet mee te realiseren is.

 

Waarom is de manier waarop we tot nu toe ons ideaal hebben willen realiseren zo desastreus?

Uit het voorgaande blijkt dat ons ego het gevecht met onszelf heeft veroorzaakt en in stand heeft gehouden en dat dit gevecht alleen maar te verliezen is. Vanuit het gegeven dat het universum en dus ook wijzelf uit deel en geheel bestaan, zal het duidelijk zijn dat dit verliezen zowel in onszelf als in onze omgeving tot uitdrukking komt. Dit betekent dat het bereiken van de kritische grens van dit verliezen zich desastreus zal manifesteren. Die manifestatie lijkt zich nu te voltrekken in de vorm van een crisis die uit ogenschijnlijk onoplosbare en apocalyptisch aandoende problemen bestaat.

 

Hoe realiseren we ons ideaal dan wel?

Nu we weten dat we door ons ego bepaald worden en dat deze ons in gevecht houdt met onze ervaringen en derhalve niet in staat is ons ideaal te realiseren, integendeel zelfs, kunnen we vaststellen dat ons ideaal alleen maar te realiseren is door het gevecht met onszelf te staken. Dit houdt in dat we ophouden met de positieve ervaringen te creëren, te behouden en te vergroten en de negatieve te vermijden en te bestrijden. Dat doen we door:

  1. De ervaringen puur zoals ze zijn onvoorwaardelijk te accepteren, lief te hebben en te doorvoelen. En daarmee te accepteren dat de door het leven aangereikte ervaringen de weg zijn naar ons ideaal. M.a.w. dat het leven zelf de weg naar het ideaal bepaalt.

  2. Geen gevolg te geven aan de wil van ons ego, d.w.z. van onze gedachten en gevoelens. Want die wil wil blijkbaar het gevecht in stand houden en ons daarmee bij ons ideaal, ons Zijn, vandaan houden. Hiermee geven we tevens onze grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing op die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is.

  3. Ons over te geven aan de wil/sturing van ons Ware Zelf die bestaat uit de impuls tot manifestatie in het hier en nu. Of anders gezegd, uit de "flow", de ware spontaniteit. Deze impuls is afkomstig uit de singulariteit (de eenpuntigheid van het Geheel). Dit betekent dat het afkomstig is uit het mysterie en derhalve niet gekend kan worden, maar wel te ervaren is. Deze impuls is er altijd geweest, maar door de gevangenschap van het ego veronachtzaamd en miskend.

Door dit te doen maken we ons vrij/los van onze gedachten en gevoelens en de wil/sturing daarvan. Daardoor worden we één met de innerlijke waarnemer van onze gedachten en gevoelens die singulair is en wordt aangeduid als het Ware Zelf. De vervolmaking van deze eenwording is het Zijn (wie we zijn): ons diepste ideaal.

 

Zijn we nu, nu we aan het begin staan van het nieuwe millennium, in staat dit ideaal te realiseren?

Zoals we al weten, bevat iedere crisis een kans. Dit betekent dat ook deze crisis een kans bevat en deze kans even uniek moet zijn als het unieke van de crisis. Die kans bestaat enerzijds uit het einde van het maakbaarheididee als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die de gevangenschap van de dualiteit, ons ego, in stand hield. En anderzijds uit de opkomst van zijnsontwikkeling als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing.

 

Daarvan bestaat het einde van het maakbaarheididee uit:

  1. Het verlies aan geloofwaardigheid van het maakbaarheididee dat zich uitstrekt tot op bestuurlijk niveau.

  2. Het toenemende besef dat alles met alles samenhangt en derhalve de werkelijkheid niet als een machine maar oneindig complex in elkaar zit en dus niet te maken/beheersen is.

  3. Het toenemend besef dat ieder zijn eigen werkelijkheid schept. Dit besef leidt tot een verhoogde acceptatie van de innerlijke ervaring van de werkelijkheid. Dus van de ervaren gedachten en gevoelens. Die acceptatie leidt tot de bevrijding van de wil van gedachten en gevoelens, de wil van het ego. En daarmee tot de bevrijding van het maakbaarheididee dat inherent is aan de wil van het ego.

  4. De bereikte grens van de overregulering.

  5. De teloorgang van instituties als religie, politiek en wetenschap voor wat betreft hun traditionele functie van "pijler van het maakbaarheididee" c.q. "hogepriester van de Waarheid".

  6. De bestuurlijke visieloosheid. Het gebrek aan visie is vanzelfsprekend nu het maakbaarheididee, de grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing en dus van visievorming, wegvalt. Bovendien wordt visie op basis van maakbaarheid niet meer als visie geaccepteerd (einde betutteling) terwijl "maken" c.q. sturen onmisbaar is. Dit betekent dat het niet gaat om het opheffen van maken/sturen, maar om het bevrijden uit de gevangenschap ervan dus om zijnsontwikkeling. Dit is gelet op inhoud en historie: een historisch nieuwe allesomvattende visie.

  7. De teloorgang van het democratisch systeem. Dit manifesteert zich in de kloof tussen burger en politiek. De burger accepteert de politiek , het democratisch systeem, niet langer. Want het realiseert niet waar het in wezen voor bedoeld was, te weten het diepste ideaal van ieder mens: de balans tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, het volmaakte menszijn. De oorzaak hiervan is dat de mensen in het systeem nog de gevangene zijn de dualiteit en daarmee van het systeem zelf. Ze denken hierdoor dat ontwikkeling en probleemoplossing alleen kan door systeemwijzigingen oftewel door maakbaarheid. De kloof tussen burger en politiek betekent in wezen het einde van het maakbaarheididee als grondslag van besturen en dus van politiek.

  8. De manifestatie van een  paradoxale digitale werkelijkheid. De digitale werkelijkheid is de werkelijkheid van de duidelijke verschillen, de verscheidenheid (geen gelijkheid op grond van religie, ideologie, e.d.).  Of anders gezegd, de werkelijkheid van de materie zoals die in wezen is, te weten dualistisch). De paradoxale digitale werkelijkheid is de werkelijkheid waarin de verschillen geen verschillen meer zijn. Dus waarin het traditionele gevecht om de verschillen (goed en kwaad) niet meer werkt en zelfs het tegenovergestelde effect oplevert (bijvoorbeeld: des te meer we het leven willen beheersen, des te minder dat lukt (meer complexiteit, samenhang, antireactie). Dit betekent dat in deze werkelijkheid het maakbaarheididee die het gevecht in stand hield aan zijn eind is gekomen. Dit met als gevolg dat zijnsontwikkeling, de weg naar de eenheid van het Zijn, aan de orde is. 

  9. Het einde van het juk van de maakbaarheid. Dit manifesteert zich in de vorm van toenemende transparantie, kwetsbaarheid/kwetsbaar opstellen, eigen-wijsheid, zelfverantwoordelijkheid, enz.

  10. De sterke terugwerping van de mens op zichzelf waarbij dit zelf tot op heden het ego is. Deze terugwerping op het ego haalt de geloofwaardigheid van het maakbaarheididee onderuit omdat dit idee juist bedoeld was voor het hervormen dan wel bestrijden van het als liefdeloos, dualistisch, materialistisch en goddeloos aangemerkte ego. De terugwerping geschiedt enerzijds door het wegvallen van de traditionele sturingsinvloed, de dogma's, van de instituties religie, politiek en wetenschap c.q. geloof, ideologie en kennis. En anderzijds door het wegvallen van de zekerheidsillusie die deze instituties (impliciet) hebben gegeven aan basisbehoeftes als verzorgingsstaat, baan, huwelijk, veiligheid, bezit, kennis, voedsel, Godsgenade, weten wat goed en kwaad is, enz. Als gevolg van het ontbreken van (het perspectief van) het ZIJN leidt dit enerzijds tot een diepgaande identiteits- en zingevingscrisis (psychische nood). En anderzijds tot vrijspel voor het ego in de vorm van strijd/machtswellust (agressie, intolerantie, bureaucratie, betutteling, overjuridisering, overstructurering), bezitsdrang (graaicultuur/zelfverrijking) en goddeloosheid (God is dood/toeval). Kortom tot een crisis die onhoudbaar is en dus opgelost moet worden. Niet via het maakbaarheididee, dus niet via dogma's als normen en waarden, maar via zijnsontwikkeling.

  11. De opkomst van bedreigingen die onbeheersbaar zijn en in alle haarvaten van de samenleving doordringen. Deze bedreigingen worden in zijn algemeenheid aangeduid als de verharding van de samenleving. De markantste uiting daarvan is de opkomst van de radicale Islam. Deze is er namelijk op gericht de westerse waarden en daarmee de westerse samenleving te vernietigen. De strijdmethode die zij hanteert, maakt gebruik van de kwetsbaarheid die inherent is aan de openheid van die samenleving. Daardoor wordt de bedreiging ervan tot in alle haarvaten van de samenleving ervaren. Die bedreiging confronteert de mens met machteloosheid, met het onvermogen het leven te beheersen en aldus met de onhoudbaarheid van het maakbaarheididee. Het gevecht tegen de radicale Islam kan vanuit dit perspectief worden opgevat als een poging het maakbaarheididee overeind te houden. Een poging die wel moet falen gezien de evolutionaire noodzaak dit idee te verlaten.

En daarvan bestaat de opkomst van zijnsontwikkeling bestaat uit:

  1. Het mondiaal sterk opkomen van het centraal stellen, de zelfsturing, van de mens. Deze zelfsturing is de reactie op de bereikte grens van het maakbaarheididee en daarmee het alternatief voor dit idee. Het is de resultante van de nooit eerder vertoonde omvang en toename van de individualisering en de globalisering in de wereld. Een ontwikkeling die gelijk staat aan de vervolmaking van respectievelijk het deel en geheel zijn, de vrijheid en de verantwoordelijkheid van de mens. En daarmee aan de vervolmaking, de zijnsontwikkeling, de (ware)zelf-sturing, van de mens als zodanig.

  2. De toenemende democratisering en respectering van de mensenrechten. En daarmee van het recht mens te zijn of kortweg te Zijn.

  3. De toenemende economische en politieke eenwording: de eenheid die inherent is aan het Zijn.

  4. De wil om uit de harde dualiteit van het onbelemmerde ego te ontsnappen. Omdat die ontsnapping, ondanks de tegenovergestelde poging van de regering, niet via de terugkeer naar de dogma's van voorheen (de spruitjeslucht van de jaren 50) wordt gewenst, ligt de weg naar het Zijn open.

  5. De toenemende zoektocht naar de zin van het bestaan en naar het antwoord op de vraag: Wie ben ik? Aangezien het antwoord op deze vragen zich in het Zijn bevindt, want dan ben je het bestaan in totaliteit en uniek tegelijk, ligt hiermee de weg naar het Zijn open.

  6. De via internet en mobiele telefoon geboden instrumentele mogelijk om onderdeel te zijn van de hele mensheid c.q. het geheel en daardoor iets van zowel het deel- als het geheelzijn van het Zijn te ervaren.

  7. De toename van de alternatieve sector. Dit bevordert zijnsontwikkeling omdat zij niet zoals de reguliere c.q. de op maakbaarheid gerichte sector gericht is op bestrijding, maar op bevrijding. Het al eeuwen durende gevecht van de reguliere tegen de alternatieve sector moet dan ook worden gezien als de in de evolutie ingebakken weerstand tegen dat t.w. het Zijn waar ieder mens ten diepste naar verlangt en waarvan de realisatie, gezien de problemen van deze tijd, als cruciaal aangemerkt kan worden voor het overleven van de mensheid. Het gevecht kan in dit opzicht vergeleken worden met de dictator die zijn macht niet wil opgeven en daartoe de vrijheidslievende mens het overtreden van de (door hem ingestelde) wetten verwijt. Voor de reguliere sector zijn die wetten het "wetenschappelijk bewijs", het "procedureel juiste gedrag", enz. Wetten die voor de alternatieve sector niet van toepassing zijn omdat het daarbij om de hoogst individuele ervaring gaat die niet te bewijzen valt.

  8. De toenemende en onstuitbare wil van de mensen zichzelf te zijn. Een zelf dat nu nog het ego is, maar als gevolg van de ongewenste dualiteit ervan snel kan evolueren naar het Ware Zelf.

  9. De opkomst van een nieuwe spiritualiteit. Deze spiritualiteit is nieuw omdat deze God niet, zoals de traditionele religies, buiten de mens maar in de mens plaatst. M.a.w. God en daarmee de eenheid met God is in de mens te vinden respectievelijk te realiseren. Iets waar zijnsontwikkeling inderdaad toe leidt.

  10. De opkomst van het besef dat ieder zijn eigen werkelijkheid schept. M.a.w. dat ieder de ervaringen krijgt die bedoeld/nodig zijn voor zichzelf, voor zijn ontwikkeling naar zichzelf, zijn Ware Zelf.

 

Antwoord

Uit het voorgaande kan het antwoord worden gegeven op de aan het begin gestelde vraag: 

 

Wat is er aan de hand? 

 

Dit antwoord is:

 

De mens bereikt het evolutionaire einde van

de gevangenschap van de materie/de dualiteit/het ego.

Daarmee bereikt hij tevens het einde van zijn grondslag van ontwikkeling en

probleemoplossing die de gevangenschap in stand hield en bestaat uit

het idee dat het leven/de mens als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is. 

Concreet bereikt hij daarmee de climax en het einde van het contraproductieve

gevecht om goed en kwaad met zichzelf, zijn omgeving en het leven zelf

dat in wezen is bedoeld voor het realiseren van zijn diepste ideaal:

het einde van het gevecht, de singulariteit/de eenheid/het Goede: het Zijn.

 

 

Verder kan het antwoord worden gegeven op de vraag:

 

 

Wat te doen?

 

Dit antwoord is: 

 

Benut de unieke kans die in deze unieke crisis besloten ligt,

stop het gevecht, ontdoe je van het maakbaarheididee,

bevrijd je uit de gevangenschap van je ego, realiseer je diepste ideaal,

 

 

word je Ware Zelf, realiseer je Zijn!

 

 

En realiseer daarmee de wezenlijke bedoeling van de mondiale vernieuwingen die

de mens op zichzelf terugwerpen en daardoor bevrijden van de dogma's, de schijnwaarheden van zijn ego, die altijd zijn Ware Zelf en daarmee

zijn diepste ideaal hebben onderdrukt.

 

***