NLbe, Nederlands instituut voor zijnsontwikkeling

 

 

Crisis en kans van de organisatie

 

De concurrentie is moordend.

De werkdruk is uitputtend.

De samenwerking lijkt onmogelijk.

Agressie lijkt wel normaal te zijn.

De begeerte regeert.

De doelstellingen inspireren niet.

De zekerheden zijn weg.

Vrouwen krijgen geen kans.

Verantwoord of duurzaam ondernemen, hoe realiseer je dat?

Alles moet altijd weer anders.

De bureaucratie slokt al het eigenlijke werk op.

Het leiderschap moet opnieuw worden uitgevonden.

Wat is en waar blijft de ideale organisatie?

 

De oplossing van de problemen.

 

 

De unieke crisis en kans van de organisatie.

De bovenstaande vragen en klachten van organisaties geven een indruk van de crisis waar de organisatie zich momenteel in bevindt en een afgeleide is van de unieke existentiële crisis waar de mensheid als geheel en misschien zelfs wel de hele planeet op dit moment  in bevindt. De oorzaak van deze crisis is het feit dat de grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die de mens en daarmee ook de organisatie tot op heden heeft gehanteerd om te overleven contraproductief is en nu de grens van deze contraproductiviteit wordt bereikt. Dit betekent dat deze grondslag, die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens  als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is, vervangen moet worden door een nieuwe grondslag. Die nieuwe grondslag moet vanzelfsprekend een grondslag zijn die de mens niet maakt/bepaald, maar laat zijn wie hij echt is of kortweg laat Zijn. Dit gegeven is buitengewoon verheugend omdat  de ontwikkeling van het Zijn de enige manier is om de mens te bevrijden uit zijn tot op heden bestaande evolutionaire gevangenschap van de materie/de dualiteit/het ego dat beter bekend staat als het gevecht om goed en kwaad. Dit betekent dat het de enige manier is om dit gevecht eindelijk te staken en aldus het diepste ideaal, te weten de singulariteit oftewel het volmaakt menszijn en daarmee de volmaakte organisatie en de volmaakte wereld te realiseren.  De unieke crisis blijkt derhalve een unieke kans te bevatten.

 

Wordt deze unieke kans benut?

Op dit moment zijn organisatie alsmede hun adviseurs en trainers zich nauwelijks bewust van voornoemde crisis en kans en wordt de kans daarom vrijwel nergens benut. Eén van de belangrijkste redenen daarvan is de onbekendheid met zijnsontwikkeling als zijnde het middel om de kans te benutten. Om die reden heeft NLbe zich ten doel gesteld zowel organisaties als hun adviseurs en trainers op de hoogte te stellen van zijnsontwikkeling en hen zo nodig te begeleiden bij het toepassen ervan.

 

Om het belang hiervan te verduidelijken, zal hiernavolgend duidelijk worden gemaakt wat zijnsontwikkeling voor de oplossing van bovenstaande klachten/problemen kan betekenen en wat uit oogpunt van zijnsontwikkeling de ideale organisatie is.

 

De concurrentie is moordend.

Iedere organisatie probeert te overleven. Temeer daar de organisatie het belangrijkste instrument is om te overleven. Dit overleven geschiedt op grond van het maakbaarheididee als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing. Dit betekent dat het geschiedt door het gevecht om goed en kwaad te voeren met jezelf, je omgeving en het leven zelf en te proberen dat gevecht te winnen. Het probleem is echter dat dit gevecht niet gewonnen kan worden en zelfs contraproductief is. Met andere woorden, het gevecht is moordend. Die moordendheid manifesteert zich niet alleen in de concurrentie, maar ook in de toenemende en inmiddels kritieke bedreiging van de mens tot zichzelf, van mens tot mens(en) en van mens tot milieu. Zijnsontwikkeling stopt dit gevecht. Dit betekent niet dat de zorg voor het voortbestaan wegvalt. Het betekent wel dat dit niet langer geschiedt vanuit de angst voor en daarmee vanuit de afgescheidenheid van het leven, maar vanuit de eenheid ermee, het vertrouwen erin, en daarmee vanuit de directe sturing ervan. Een sturing die per definitie het Goede doet.

 

De werkdruk is uitputtend.

Zoals gezegd, bereikt het maakbaarheid idee en daarmee het gevecht om goed en kwaad, het gevecht om te overleven, de grens van zijn intrinsieke contraproductiviteit. Die grens betekent niet alleen de uitputting van de planeet, maar ook van de mens in de organisatie. Zijnsontwikkeling vervangt het maakbaarheididee en stopt derhalve het gevecht.

 

De samenwerking lijkt onmogelijk.

Zoals gezegd, bereikt de mens het einde van zijn gevangenschap van de dualiteit. Dit einde betekent dat hij extreem op zichzelf wordt teruggeworpen waardoor de verdeeldheid in verscheidenheid wordt gemaximaliseerd en de samenwerking wordt geminimaliseerd en daardoor onmogelijk lijkt. Zijnsontwikkeling bevrijdt de mens uit de dualiteit. Dat betekent de realisatie van volmaakte eenheid in verscheidenheid en daarmee van  volmaakte samenwerking.

 

Agressie lijkt wel normaal te zijn.

Uit het hiervoor aangegeven feit dat nu als gevolg van het einde van de gevangenschap van de dualiteit de verdeeldheid in verscheidenheid alsmede de angst om niet te overleven wordt gemaximaliseerd, zal duidelijk zijn dat dit zich uit in agressie. Want agressie is de laatste manier om de angst en daarmee het overleven in stand te houden. Zijnsontwikkeling bevrijdt uit de dualiteit en maakt mensen daarmee vrij van (de sturing van) hun angst. Daarmee is het de enige manier om agressie te beëindigen. Bovendien is het de enige manier om geen agressie van een ander te ondervinden omdat eigen agressie andermans agressie oproept. Simpelweg omdat agressie voortkomt uit angst en het leven erop uit is de mens uit de dualiteit te bevrijden en daarmee vrij te maken van angst.

 

De begeerte regeert.

De gevangenschap van de dualiteit houdt de constante staat van onvervuldheid in. De ondraaglijkheid van deze onvervuldheid alsmede het verlangen naar singulariteit c.q. vervuldheid manifesteert zich in begeerte. Nu het einde van de dualiteit in de vorm van het maximaal zijn ervan wordt bereikt, maximaliseert de begeerte. Vandaar dat de begeerte regeert. Zijnsontwikkeling bevrijdt uit de dualiteit en is derhalve de staat van vervuldheid. Daarmee is zijnsontwikkeling de enige manier om de begeerte te beëindigen.

 

De doelstellingen inspireren niet.

Als gevolg van de gevangenschap van de dualiteit/de materie veronderstelde de mens zijn diepste ideaal, de singulariteit, te kunnen realiseren door middel van het "hebben", dus van bezit. Alle doelstellingen waren daar dan ook op gericht. Het spreekt vanzelf dat nu het einde van deze gevangenschap is aangebroken en daardoor de mens niet langer wil hebben maar wil Zijn deze doelstellingen niet langer inspireren. Dit betekent niet dat doelstellingen niet langer op bezit gericht kunnen zijn, maar wel dat daarnaast zijnsontwikkeling onontbeerlijk is.

 

De zekerheden zijn weg.

De gevangenschap van de dualiteit/de materie houdt in dat de mens afgescheiden is van de singulariteit/het leven zelf. Dit wordt ervaren en in stand gehouden door bewuste dan wel onbewuste (existentiële) angst. De afgescheidenheid houdt tevens de afgescheidenheid in van de ervaring van volmaakte zekerheid: de zekerheid die vrij/los is van de (existentiële) angst voor de onzekerheid. Deze afgescheidenheid wordt ervaren als onzekerheid. Als gevolg van deze gevangenschap kon de mens ogenschijnlijk niets anders dan zich vasthouden aan de schijnzekerheden van de dualiteit/de materie die tot het "hebben", het bezit, behoren (geld, kennis, relatie, overtuiging, enz.). Nu het einde van de gevangenschap van de dualiteit wordt bereikt, vallen deze (schijn)zekerheden weg en wordt de mens op zichzelf teruggeworpen. Vandaar de klacht over het wegvallen van de zekerheden. De oplossing hiervan ligt vanzelfsprekend in zijnsontwikkeling want dat beëindigt de afgescheidenheid van de volmaakte zekerheid. Dit betekent niet dat (schijn)zekerheden taboe zijn, maar wel dat zijnsontwikkeling oftewel het loskomen van de door angst ingegeven hechting eraan onontbeerlijk is.

 

Vrouwen krijgen geen kans.

Zoals gezegd, is de gevangenschap van de dualiteit in stand gehouden door het idee dat het leven/de mens maakbaar is. Aangezien het zuivere/bevrijde vrouwelijke staat voor dat wat is en het zuivere/bevrijde manlijke voor dat wat wordt (dat wat gemaakt kan worden), is in deze gevangenschap het manlijke dominant. Nu de grens van deze gevangenschap wordt bereikt en aldus de singulariteit (het Zijn: het hier en nu, het dat wat is) kan worden verwezenlijkt, is het vrouwelijke in opkomst. Dit manifesteert zich onder andere in de klacht dat vrouwen geen kans krijgen.  De belemmering van de opkomst van het vrouwelijke (de onderdrukking van de vrouw) geschiedt voornamelijk door het onzuivere/onbevrijde manlijke. Dit betekent dat zijnsontwikkeling voor zowel de vrouw als de man, want beide bezitten het manlijke en het vrouwelijke, de enige manier is om tot het zuiver manlijke en vrouwelijke en daarmee tot het evenwicht daartussen te komen.

 

Verantwoord of duurzaam ondernemen, hoe realiseer je dat?

De gevangenschap van de dualiteit houdt in dat de mens afgescheiden is van de singulariteit oftewel van het Geheel/ het leven zelf en de sturing daarvan. Dit betekent dat hij niet in staat is het Goede/het duurzame te doen. Nu de grens hiervan wordt bereikt in de vorm van de apocalyptisch aandoende problemen, is hij op zoek naar duurzaamheid in het algemeen en verantwoord of duurzaam ondernemen in het bijzonder. Aangezien alleen zijnsontwikkeling de eenheid met de singulariteit realiseert, is dat de enige manier om tot duurzaamheid te komen.

 

Alles moet altijd weer anders.

Als gevolg van het einde van de gevangenschap van de dualiteit en het begin van de singulariteit verandert de werkelijkheid (de tijdgeest) van schijnvast en schijnvoorspelbaar in flexibel en onvoorspelbaar. Dit is een reden waarom alles altijd weer anders moet.  Een andere reden is dat de confrontatie van de mens met zichzelf toeneemt om zich te kunnen bevrijden uit de gevangenschap en dit niet als middel tot zijnsontwikkeling, maar als probleem wordt ervaren en daarmee als iets wat opgelost moet worden.  Aangezien deze oplossing nog vrijwel geheel bestaat uit het veranderen van de vorm/de structuur/het "hebben" en niet deze oplossing maar zijnsontwikkeling tot echte oplossing leidt, wordt de vorm constant veranderd. Dit betekent niet dat vormverandering overbodig is, maar wel dat zijnsontwikkeling onontbeerlijk is.

 

De bureaucratie slokt al het eigenlijke werk op.

Het einde van de gevangenschap van de dualiteit betekent tevens het einde van de schijnbeheersbaarheid van het leven. Aangezien de mens zich nog niet heeft bevrijd uit deze gevangenschap is zijn reactie hierop het leven nog beter te willen beheersen. Die drang manifesteert zich onder andere in de toename van de bureaucratie. Deze toename staat op gespannen voet met de ontluikende singulariteit die zich manifesteert in de wens van de mens zichzelf te zijn en daarmee te kunnen doen wat hij graag doet oftewel wat zijn eigenlijke werk is.  Vandaar de klacht dat de bureaucratie al het eigenlijke werk opslokt. Dit betekent niet dat bureaucratie overbodig is, maar wel dat door middel van zijnsontwikkeling de hechting eraan en daarmee de overmaat ervan verdwijnt.

 

Het leiderschap moet opnieuw worden uitgevonden.

De gevangenschap van de dualiteit bracht een leiderschap voort dat gericht was op controle en beheersing. Nu het contraproductieve effect van deze gevangenschap en daarmee van dit leiderschap zijn hoogtepunt bereikt, wordt de noodzaak om tot een wezenlijk ander leiderschap te komen groter. Aangezien de mens zich moet en wil bevrijden uit voornoemde gevangenschap zal dit leiderschap tot zijnsontwikkeling in staat moeten zijn. Hoewel dit al enigszins in gang is gezet in de vorm van inspirerend, mens centraal stellend en natuurlijk leiderschap, is het leiderschap dat tot zijnsontwikkeling in staat is hoogstwaarschijnlijk nog nauwelijks aanwezig.  Vandaar de oproep het leiderschap opnieuw uit te vinden.

 

Wat is en waar blijft de ideale organisatie?

Het einde van de gevangenschap van de dualiteit biedt ondanks de diepe crisis ervan perspectief op de singulariteit en daarmee op het ideale menszijn en de ideale organisatie. Als gevolg hiervan voltrekt zich een steeds manifester wordend verlangen naar dit ideaal. Eén van de belangrijkste fenomenen die dit verlangen voedt, is de tegelijk optredende individualisering en globalisering in de wereld. Want dat brengt de mens dichter bij de ervaring van zowel deel als geheel zijn oftewel van volmaakt vrij en verantwoordelijk zijn dat kenmerkend is voor het Zijn c.q. het ideaal.  Dit groeiende verlangen zal uiteindelijke de nu nog voornamelijk impliciete vraag "wat is en waar blijft de ideale organisatie?" manifest maken.  Om die reden is deze vraag op enige afstand aan de voorgaande lijst (zie ^) van vragen en klachten toegevoegd.

 

Het antwoord op de vraag "wat is de ideale organisatie" luidt:

Lange definitie. De ideale organisatie is de organisatie die uit mensen bestaat die in harmonie zijn met de ervaring van de tegenstellingen die inherent zijn aan het leven oftewel ongeblokkeerd zijn en daardoor vrij meebewegen met de stroom - de bedoeling - van het leven. Kortom, die leven in plaats van overleven.

Korte definitie. De ideale organisatie is de organisatie die in overeenstemming is met het leven.

 

En het antwoord op de vraag "waar blijft de ideale organisatie" luidt:

De ideale organisatie blijft uit zolang het bepalen/maken in plaats van de ontwikkeling van het Zijn van de mens als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing wordt gehanteerd.

 

Wat houdt de ideale organisatie in?

De ideale organisatie houdt vanzelfsprekend alles in waar zij altijd naar gestreefd heeft. Dit betekent voor:

 

De medewerker.

Iedere medewerker zal zichzelf als volmaakt ervaren . Dus als:

 

V   o   l   m   a   a   k   t

vrij en verantwoordelijk

flexibel en standvastig

transparant en gesloten

afstandelijk en betrokken

individualistisch en sociaal

zelfzuchtig en altruïstisch

volgend en leidend

aanwezig en afwezig

consequent en opportunistisch

naïef en berekenend

betrokken en afstandelijk

loyaal en eigenzinnig

gewetensvol en gewetenloos

afhankelijk en onafhankelijk

fatsoenlijk en onfatsoenlijk

spontaan en bedachtzaam

controlerend en vrijlatend

indringend en omhullend

intuïtief/sensitief en rationeel

bescheiden en brutaal

vredelievend en oorlogszuchtig

agressief en teder

oordeelloos en oordelend

autoritair en nederig

grenzen respecterend en schendend

doortastend en behoedzaam

actief en passief

betrouwbaar en onbetrouwbaar

Enz.

 

Deze ervaring van volmaaktheid houdt niet in dat het individu niet meer kan of wil veranderen.

Het houdt wel in dat:

  • Geen enkele toestand meer als negatief, als fout, wordt ervaren. M.a.w. goede en slechte eigenschappen en handelingen bestaan niet meer.

  • Verandering niet langer geschiedt vanuit de verstandelijke en/of gevoelsmatige ervaring van goed of fout die per definitie inflexibel/rigide is, maar vanuit het Ware Zelf.

Het doel en de prestatie van de organisatie.

Het doel en de prestatie van de organisatie zijn volmaakt. Dit als gevolg van het feit dat iedere medewerker geen behoefte heeft te bevredigen oftewel vervuld is en in overeenstemming is met de bedoeling van het leven zelf. Het gaat de medewerkers tot in hun diepste wezen niet om het resultaat, maar om het proces. Dus om de zijnsmanifestatie in het hier en nu.

 

***

Opmerking.

De stelling dat zijnsontwikkeling de enige manier is om bevrijd te worden uit de gevangenschap van de dualiteit en daardoor één te worden met de singulariteit, betekent niet dat andere methoden overbodig zijn, maar wel dat zijnsontwikkeling de basis ervan moet zijn. Die basis kan er alleen zijn wanneer degene die zijnsontwikkeling hanteert het Zijn zelf heeft gerealiseerd dan wel zich op de Weg er naartoe bevindt.

 

De oplossing van de problemen.

Zoals uit het voorgaande duidelijk geworden zal zijn, is zijnsontwikkeling de enige echte oplossing van de problemen. Voor meer inzicht daarin verwijzen wij u graag naar de pagina's die over zijnsontwikkeling gaan en naar de brochure "Coaching naar het Zijn".