|
<<
Rondleiding
>>
Basisfilosofie

De kans die in de unieke en
apocalyptisch aandoende crisis van deze tijd besloten ligt, is de
mogelijkheid ons diepste ideaal, te weten het Zijn, te realiseren.
4.jpg)
Afdrukversie

Inleiding.
Zoals in bovenstaande afbeelding wordt geïllustreerd, zijn we sinds
het begin der tijden via religie, ideologie en wetenschap op zoek naar het ideale menszijn, de ideale wereld
of kortweg het Zijn (To be). Tot op heden is
dat echter niet gelukt. Sterker nog, we lijken er verder vandaan dan
ooit. Want de problemen van deze tijd nemen exponentieel toe, lijken
onoplosbaar en bereiken zo langzamerhand een kritische grens, een
grens die apocalyptisch aandoet. Dat roept de prangende vraag op:
Wat is er aan de hand?
Om deze vraag te kunnen
beantwoorden, is het van belang om het antwoord te vinden op de
volgende vragen:
Wanneer we het
antwoord hierop gevonden hebben, dan kunnen we het antwoord geven op
de vraag :
Wat is ons ideaal?
Het antwoord op deze vraag kunnen
we geven aan de hand van het gegeven dat het universum zich
manifesteert in
twee aspecten, te weten in:
|
Dualiteit |
en |
Singulariteit |
Deze aspecten worden duidelijker
aan de hand van de volgende kenmerken ervan:
|
Materie
Deel
Ruimte/tijd
Oorzaak-en-gevolg |
|
Geest
Geheel
Ruimte-/tijdloosheid
Alles-hangt-met-alles-samen |
Als gevolg van deze kenmerken
hebben we twee verschillende ideeën over de werkelijkheid, te weten:
|
Mechanisch idee
van de werkelijkheid
(alles staat vast)
Leven/ideaal is
maakbaar |
|
Organisch idee van
de werkelijkheid
(niets staat vast, onzekerheidsprincipe)
Ideaal is in leven
besloten |
Wanneer we de kenmerken van
dualiteit en de singulariteit betrekken op onze ervaring van onszelf
en het leven dan weten we dat deze gelijk staan aan:
|
Menselijkheid
Verscheidenheid
(tegenstellingen)
Innerlijke
verdeeldheid
Goed-fout
Schijn(on)balans
Schijn(on)waarheid
Schijn(on)echtheid
Schijn(on)vrijheid
Schijn(on)verantwoordelijkheid
Voorwaardelijke
liefde
Kennen
Enz. |
|
Goddelijkheid
Eenheid
Innerlijke eenheid
(eenpuntigheid)
Het Goede
Balans
Waarheid
Echtheid
Vrijheid
Verantwoordelijkheid
Onvoorwaardelijke
liefde
Weten
Enz.
(zie
ook) |
Betrekken we deze kenmerken op onze
innerlijke realiteit, dan weten we dat ze tot uiting komen in:
|
De sturing/wil
van gedachten en gevoelens
Gedachten en gevoelens
zijn wat we hebben, niet wat/wie we zijn.
Wil/sturing is
meervoudig, onderling strijdig, wisselend werkzaam en
manipuleerbaar.
Is derhalve onechtheid, onwaarheid, enz. |
|
De sturing/de wil
van het Ware Zelf
Ware Zelf is waarnemer
van gedachten en gevoelens, is wel wat/wie we zijn.
Wil/sturing is sturing
door de eenpuntigheid van het Geheel (de volmaakt vrije
spontane manifestatie in het hier en nu).
Is derhalve
enkelvoudig en daarmee echtheid, waarheid, enz. |
Het één zijn met, het bepaald
worden door voornoemde innerlijke realiteiten wordt over het
algemeen aangeduid als:
Wat is hiervan ons ideaal?
Vanuit het gegeven dat we altijd op
zoek zijn naar de eigenschappen van de singulariteit, kunnen we
stellen dat ons diepste ideaal het één zijn ermee oftewel het Zijn
is.
Terug naar
vragen
Waarom zijn we tot op heden niet
in staat geweest ons ideaal, het Zijn, te realiseren?
Aan de hand van het voorgaande is
het eenvoudig deze vraag te beantwoorden. Want daaruit kunnen we
afleiden dat we tot op heden één waren of beter gezegd de gevangene
waren van de dualiteit. Of kortweg ons ego waren. Waarom dat zo is,
is een raadsel. Maar het zou wel
eens te maken kunnen hebben met wat
wel wordt aangeduid als de bedoeling van de evolutie, de les van het
leven, de val uit en de terugkeer in het paradijs, het waarmaken van
de universele essentie van de religies, enz. Als gevolg van onze
gevangenschap van de dualiteit, dus van ons ego-zijn, leek het of ons ideaal
met de eigenschappen van de dualiteit (de materie) gerealiseerd kon
worden. Dit had de volgende veelal onbewuste consequenties:
-
We hebben de ervaringen, de
gedachten en gevoelens waar wij ons als gevolg van de
tegenstellingen van bewust werden, onderscheiden in goede en foute
of beter gezegd in positieve en negatieve ervaringen. Op grond
hiervan hebben wij de ervaren werkelijkheid onderscheiden in goed en
kwaad en het oordeel, de waarheid, daarover in handen gegeven van
machtige instituties als kerk, staat en wetenschap en hebben we
de normen en waarden van deze instituties als dogma, als bron
van zelfsturing, aangenomen. Dit met als gevolg dat de dualiteit als de enige
realiteit werd aangemerkt.
-
We hebben aangenomen dat onze
zelfsturing alleen bestaat uit de sturing, de wil, van onze
gedachten en (bewuste en onbewuste) gevoelens. En daarmee niet ook
uit die van ons Ware Zelf.
-
We hebben aangenomen dat het Zijn
gelijk staat aan de permanente en maximale positieve ervaring waarin
de negatieve ontbreekt.
-
We hebben aangenomen dat het Zijn,
mede op grond van de ogenschijnlijke oorzaak-en-gevolg-eigenschap
oftewel de machine-eigenschap van de dualiteit, maakbaar is.
Maakbaar, door met als dogma gehanteerde wetten, normen, waarden,
middelen en methoden de positieve ervaring te creëren, te behouden
en te vergroten en de negatieve te vermijden en te bestrijden.
Daarbij werd het creëren, behouden en vergroten van de positieve
ervaring aangeduid als ontwikkeling en het vermijden en bestrijden
van de negatieve als probleemoplossing. Op deze wijze is
de
grondslag van onze ontwikkeling en probleemoplossing het idee, de
aanname, geworden dat het leven en daarmee ook de mens als een
machine in elkaar zit en dus maakbaar is.
-
We hebben aangenomen dat het Zijn
het stelsel van dogma's is dat uiteindelijk onoverwinnelijk en dus
blijvend is (survival of the fittest). Vandaar het onophoudelijke
gevecht om de macht als zijnde de foutief veronderstelde
mogelijkheid de eigen dogma's/waarheden aan anderen en uiteindelijk
aan iedereen op te leggen en daarmee het Zijn te realiseren.
-
Het probleem van deze consequenties
is dat de manier waarop wij met onszelf, onze omgeving en het leven
zelf omgaan in wezen bestaat uit een gevecht met onze ervaringen.
Oftewel uit een gevecht met, een onderdrukking van, onszelf. Vanuit
ons weten dat onderdrukking van onszelf negatieve consequenties
heeft, spreekt het vanzelf dat dit gevecht alleen maar te verliezen
oftewel contraproductief is en daardoor ons ideaal er niet mee te realiseren is.
Terug naar
vragen

Waarom is de manier waarop we
tot nu toe ons ideaal hebben willen realiseren zo desastreus?
Uit het voorgaande blijkt dat ons
ego het gevecht met onszelf heeft veroorzaakt en in stand heeft
gehouden en dat dit gevecht alleen maar te verliezen is. Vanuit het
gegeven dat het universum en dus ook wijzelf uit deel en geheel
bestaan, zal het duidelijk zijn dat dit verliezen zowel in onszelf
als in onze omgeving tot uitdrukking komt. Dit betekent dat het
bereiken van de kritische grens van dit verliezen zich desastreus
zal manifesteren. Die manifestatie lijkt zich nu te voltrekken in de
vorm van een crisis die uit ogenschijnlijk onoplosbare en
apocalyptisch aandoende problemen bestaat. Een crisis derhalve die
een kritische grens nadert.
Terug
naar vragen
Hoe realiseren we ons ideaal dan
wel?

Nu we weten dat we door ons ego
bepaald worden en dat deze ons in gevecht houdt met onze ervaringen
en derhalve niet in staat is ons ideaal te realiseren, integendeel
zelfs, kunnen we vaststellen dat ons ideaal alleen maar te
realiseren is door het gevecht met onszelf te staken. Dit
doen we door:
-
De positieve en
negatieve ervaringen onvoorwaardelijk te accepteren, lief te hebben en
tot op het punt van bevrijding ervan te
doorvoelen. En daarmee te accepteren dat de door het leven
aangereikte ervaringen de weg zijn naar ons ideaal. M.a.w. dat
het leven zelf de weg naar het ideaal bepaalt.
-
Geen gevolg te geven aan de wil
van ons ego, d.w.z. van onze gedachten en gevoelens. Want die
wil wil blijkbaar het gevecht in stand houden en ons daarmee
bij ons ideaal, ons Zijn, vandaan houden. Hiermee geven we
tevens onze grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing op
die bestaat uit het idee dat het leven en daarmee ook de mens
als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is.
-
Ons over te geven aan de
wil/sturing van ons Ware Zelf die bestaat uit de impuls tot
manifestatie in het hier en nu. Of anders gezegd, uit de "flow",
de ware spontaniteit. Deze impuls is afkomstig uit de
singulariteit (de eenpuntigheid van het Geheel). Dit betekent
dat het afkomstig is uit het mysterie en derhalve niet gekend
kan worden, maar wel te ervaren is. De impuls is er altijd
geweest, maar door de gevangenschap van het ego veronachtzaamd
en miskend.
Door dit te doen maken we ons
vrij/los van onze gedachten en gevoelens en de wil/sturing daarvan.
Daardoor worden we één met de innerlijke waarnemer van onze
gedachten en gevoelens die singulair is en wordt aangeduid als het
Ware Zelf. De vervolmaking van deze eenwording
is het Zijn (wie we zijn): ons diepste ideaal.
Terug naar
vragen
Zijn we nu, nu we aan het begin
staan van het nieuwe millennium, in staat dit ideaal te realiseren?
Het
antwoord op deze vraag is volkomen afhankelijk van onze bereidheid
wakker te worden. Om die bereidheid te bevorderen is het goed om te
weten dat iedere
crisis en dus ook deze crisis een kans bevat die we kunnen benutten.
Een kans die even uniek moet zijn als het unieke van de crisis. Deze kans bestaat enerzijds uit het einde van het maakbaarheididee
als grondslag van ontwikkeling en probleemoplossing die de
gevangenschap van de dualiteit oftewel ons ego in stand hield. En
anderzijds uit de opkomst van zijnsontwikkeling als grondslag van
ontwikkeling en probleemoplossing.
Daarvan bestaat het einde van het
maakbaarheididee uit:
-
Het verlies aan
geloofwaardigheid van het maakbaarheididee dat zich uitstrekt tot op
bestuurlijk niveau.
-
Het toenemende besef dat alles met alles samenhangt en derhalve
de werkelijkheid niet als een machine maar oneindig complex in
elkaar zit en dus niet te maken/beheersen is.
-
Het toenemend besef dat ieder zijn eigen werkelijkheid schept.
Dit besef leidt tot een verhoogde acceptatie van de innerlijke
ervaring van de werkelijkheid. Dus van de ervaren gedachten en
gevoelens. Die acceptatie leidt tot de bevrijding van de wil van
gedachten en gevoelens, de wil van het ego. En daarmee tot de
bevrijding van het maakbaarheididee dat inherent is aan de wil
van het ego.
-
De bereikte grens van de overregulering.
-
De teloorgang van
instituties als religie, politiek en wetenschap voor wat betreft hun
traditionele functie van "pijler van het maakbaarheididee" c.q.
"hogepriester van de Waarheid".
-
De bestuurlijke
visieloosheid. Het gebrek aan visie is vanzelfsprekend nu het
maakbaarheididee, de grondslag van ontwikkeling en
probleemoplossing en dus van visievorming, wegvalt. Bovendien
wordt visie op basis van maakbaarheid niet meer als
visie geaccepteerd (einde betutteling) terwijl "maken" c.q. sturen onmisbaar is.
Dit betekent dat het niet gaat om het opheffen van maken/sturen, maar
om het bevrijden uit de gevangenschap ervan,
dus om zijnsontwikkeling. Dit is gelet op inhoud en
historie: een historisch nieuwe allesomvattende visie.
-
De teloorgang van het democratisch systeem. Dit manifesteert
zich in de kloof tussen burger en politiek. De burger accepteert
de politiek , het democratisch systeem, niet langer. Want het
realiseert niet waar het in wezen voor bedoeld was, te weten het
diepste ideaal van ieder mens: de balans
tussen vrijheid en verantwoordelijkheid, het volmaakte menszijn.
De oorzaak hiervan is dat de mensen in het systeem nog de
gevangene zijn de dualiteit en daarmee van het systeem zelf. Ze
denken hierdoor dat ontwikkeling en probleemoplossing alleen kan
door systeemwijzigingen oftewel door maakbaarheid. De kloof
tussen burger en politiek betekent in wezen het einde van het
maakbaarheididee als grondslag van besturen en dus van politiek.
-
De manifestatie van een paradoxale
digitale werkelijkheid. De digitale werkelijkheid is de
werkelijkheid van de duidelijke verschillen, de verscheidenheid
(geen gelijkheid op grond van religie, ideologie, e.d. of op
grond van ego-aanpassing, van concessies met voorbij gaan aan
je(ware)zelf). Of anders gezegd, de werkelijkheid van de materie zoals die in
wezen is, te weten dualistisch). De paradoxale digitale
werkelijkheid is de werkelijkheid waarin de verschillen geen
verschillen meer zijn. Dus waarin het traditionele gevecht om de
verschillen (goed en kwaad) niet meer werkt en zelfs het
tegenovergestelde effect oplevert
(bijvoorbeeld: des te meer we het leven willen beheersen, des te
minder dat lukt (meer complexiteit, samenhang, antireactie).
Dit betekent dat in deze werkelijkheid het maakbaarheididee die
het gevecht in stand hield aan zijn eind is gekomen. Dit met als
gevolg dat zijnsontwikkeling, de weg naar de eenheid van het
Zijn, aan de orde is.
-
Het einde van het juk
van de maakbaarheid. Dit manifesteert zich in de vorm van toenemende
transparantie, kwetsbaarheid/kwetsbaar opstellen, eigen-wijsheid,
zelfverantwoordelijkheid, enz.
-
De sterke
terugwerping van de mens op zichzelf waarbij dit zelf tot op heden
het ego is. Deze terugwerping op het ego haalt de geloofwaardigheid
van het maakbaarheididee onderuit omdat dit idee juist bedoeld was
voor het hervormen dan wel bestrijden van het als liefdeloos,
dualistisch, materialistisch en goddeloos aangemerkte ego. De
terugwerping geschiedt enerzijds door het wegvallen van de
traditionele sturingsinvloed, de dogma's, van de instituties
religie, politiek en wetenschap c.q. geloof, ideologie en kennis. En
anderzijds door het wegvallen van de zekerheidsillusie die deze
instituties (impliciet) hebben gegeven aan basisbehoeftes als
verzorgingsstaat, baan, huwelijk, veiligheid, bezit, kennis,
voedsel, Godsgenade, weten wat goed en kwaad is, enz. Als gevolg van
het ontbreken van (het perspectief van) het ZIJN leidt dit enerzijds
tot een diepgaande identiteits- en zingevingscrisis (psychische
nood). En anderzijds tot vrijspel voor het ego in de vorm van
strijd/machtswellust (agressie, intolerantie, bureaucratie,
betutteling, overjuridisering, overstructurering), bezitsdrang
(graaicultuur/zelfverrijking) en goddeloosheid (God is dood/toeval).
Kortom tot een crisis die onhoudbaar is en dus opgelost moet worden.
Niet via het maakbaarheididee, dus niet via dogma's als normen en
waarden, maar via zijnsontwikkeling.
-
De opkomst van
bedreigingen die onbeheersbaar zijn en in alle haarvaten van de
samenleving doordringen. Deze bedreigingen worden in zijn
algemeenheid aangeduid als de verharding van de samenleving. De
markantste uiting daarvan is de opkomst van de radicale Islam.
Deze is er namelijk op gericht de westerse
waarden en daarmee de westerse samenleving te vernietigen. De strijdmethode die zij hanteert, maakt
gebruik van de kwetsbaarheid die inherent is aan de openheid van die
samenleving. Daardoor wordt de bedreiging ervan tot in alle
haarvaten van de samenleving ervaren. Die bedreiging confronteert de
mens met machteloosheid, met het onvermogen het leven te beheersen
en aldus met de onhoudbaarheid van het maakbaarheididee. Het gevecht
tegen de radicale Islam kan vanuit dit perspectief worden opgevat
als een poging het maakbaarheididee overeind te houden. Een poging
die wel moet falen gezien de evolutionaire noodzaak dit idee te
verlaten.
En daarvan bestaat
de opkomst van zijnsontwikkeling
uit:
-
Het mondiaal sterk
opkomen van het centraal stellen, de zelfsturing, van de mens. Deze
zelfsturing is de reactie op de bereikte grens van het
maakbaarheididee en daarmee het alternatief voor dit idee. Het is de resultante van de nooit eerder vertoonde omvang en toename
van de individualisering en de globalisering in de wereld.
Een ontwikkeling die gelijk staat aan de vervolmaking van
respectievelijk het deel en geheel zijn, de vrijheid en de
verantwoordelijkheid van de mens. En daarmee aan de vervolmaking, de
zijnsontwikkeling, de (ware)zelf-sturing, van de mens als zodanig.
-
De toenemende
democratisering en respectering van de mensenrechten. En daarmee van
het recht mens te zijn of kortweg te Zijn.
-
De toenemende
economische en politieke eenwording: de eenheid die inherent is aan
het Zijn.
-
De wil om uit de
harde dualiteit van het onbelemmerde ego te ontsnappen. Vanwege het
feit dat deze ontsnapping niet via de terugkeer naar de dogma's van voorheen (de
spruitjeslucht van de jaren 50) wordt gewenst, ligt de weg naar het
Zijn open.
-
De toenemende
zoektocht naar de zin van het bestaan en naar het antwoord op de
vraag: Wie ben ik? Aangezien het antwoord op deze vragen zich in het
Zijn bevindt, want dan ben je het bestaan in totaliteit en uniek
tegelijk, ligt hiermee de weg naar het Zijn open.
-
De via internet en
mobiele telefoon geboden instrumentele mogelijkheid om onderdeel te zijn
van de hele mensheid c.q. het geheel en daardoor iets van zowel het
deel- als het geheel-zijn van het Zijn te ervaren.
-
De toename van de
alternatieve sector. Dit bevordert zijnsontwikkeling omdat zij niet
zoals de reguliere c.q. de op maakbaarheid gerichte sector gericht
is op bestrijding, maar op bevrijding. Het al eeuwen durende gevecht
van de reguliere tegen de alternatieve sector moet dan ook worden
gezien als de in de evolutie ingebakken weerstand tegen dat te weten het
Zijn waar ieder mens ten diepste naar verlangt en waarvan de
realisatie, gezien de problemen van deze tijd, als cruciaal
aangemerkt kan worden voor het overleven van de mensheid. Het
gevecht kan in dit opzicht vergeleken worden met de dictator die
zijn macht niet wil opgeven en daartoe de vrijheidslievende mens het
overtreden van de (door hem ingestelde) wetten verwijt. Voor de
reguliere sector zijn die wetten het "wetenschappelijk bewijs", het
"procedureel juiste gedrag", enz. Wetten die voor de alternatieve
sector niet van toepassing zijn omdat het daarbij om de hoogst
individuele ervaring gaat die niet te bewijzen valt.
-
De toenemende en
onstuitbare wil van de mensen zichzelf te zijn. Een zelf dat nu nog
het ego is, maar als gevolg van de ongewenste dualiteit ervan snel
kan evolueren naar het Ware Zelf.
-
De opkomst van een
nieuwe spiritualiteit. Deze spiritualiteit is nieuw omdat deze God
niet, zoals de traditionele religies, buiten de mens maar in de mens
plaatst. M.a.w. God en daarmee de eenheid met God is in de mens te
vinden respectievelijk te realiseren. Iets waar zijnsontwikkeling
inderdaad toe leidt.
-
De opkomst van het
besef dat ieder zijn eigen werkelijkheid schept. M.a.w. dat ieder de
ervaringen krijgt die bedoeld/nodig zijn voor zichzelf, voor zijn
ontwikkeling naar zichzelf, naar zijn Ware Zelf.
De hiervoor genoemde aanwijzingen betreffende het einde van het
maakbaarheididee en de opkomst van zijnsontwikkeling lijken aan te
geven dat we in staat moeten zijn wakker te worden en vervolgens het
ideaal te realiseren.
Terug naar
vragen
Antwoord
Aan de hand van de
hiervoor gegeven antwoorden kan het antwoord
worden gegeven op de prangende vraag:
Wat is er aan de hand?
Dit antwoord luidt:
De mens bereikt het
evolutionaire einde van
de gevangenschap van de
materie/de dualiteit/het ego.
Daarmee bereikt hij tevens het
einde van zijn grondslag van ontwikkeling en
probleemoplossing die de
gevangenschap in stand hield en bestaat uit
het idee dat het leven/de mens
als een machine in elkaar zit en dus maakbaar is.
Concreet bereikt hij daarmee de
climax en het einde van het contraproductieve
gevecht om goed en kwaad met
zichzelf, zijn omgeving en het leven zelf
dat in wezen is bedoeld voor het
realiseren van zijn diepste ideaal:
het einde van het gevecht, de
singulariteit/de eenheid/het Goede: het Zijn.
Verder kan het antwoord worden
gegeven op de vraag:
Wat te doen?
Dit antwoord luidt:
Benut de unieke kans die in deze
unieke crisis besloten ligt,
stop het gevecht, ontdoe je van
het maakbaarheididee,
bevrijd je uit de gevangenschap
van je ego, realiseer je diepste ideaal,
word je Ware Zelf, realiseer je
Zijn!
En realiseer daarmee de
wezenlijke bedoeling van de mondiale vernieuwingen die
de mens op zichzelf terugwerpen
en daardoor bevrijden van de dogma's, de schijnwaarheden van zijn ego, die altijd zijn
Ware Zelf en daarmee
zijn diepste ideaal hebben onderdrukt.
^
***
<<
Rondleiding
>>
|